is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sierde vingers in onopengewerkte handschoenen verbergt, zal ik er tegen blijven morren, dat gij u met een Bijbeltje behelpt, dat uw naaste buurvrouw nauwelijks zien kan.

Ja, ware het, dat men er zulke kleine Bijbeltjes op nahield, om er een vademecum van te maken en ze overal bij de hand te hebben; ware het, dat men nu ook den inhoud niet alleen gemakkelijker in de hand, maar ook beter in het hoofd hield dan onze vaderen; dan mocht ik er vrede meê hebben. Maar wees oprecht en antwoord: is het wel zoo ? is het niet veeleer waar, dat het schijnt alsof met den Bijbel ook* de hersens gekrompen zijn ? Want zie, al was hun Bijbel nog zoo groot en omslachtig, onze voorouders schenen er niet tegen op te zien hem in het hoofd te brengen; zoodat velen hunner in een hooger zin dan de oude wijsgeer zeggen konden : Omnia mea mecum porto. Maar bij vele onzer tegenwoordige jonge menschen, al kunnen zij hun Bijbel omtrent wegblazen, er schijnt maar geen aanleeren aan te zijn. Hoor den Dominee den tekst aflezen, en let dan eens op, hoeveel dametjes in dat kleine, kleine boekje niet eens den weg weten, maar in die korte paadjes nog verdwalen. O, ik heb wel eens gevreesd, dat die Bibliola het symbolum van een leelijk ding waren: van een soort van miniatuurgodsdienst, naar de mode dezer dagen verknipt en versneden, dien men overal met zich kan nemen, zonder dat hij ooit hindert, ja, waarvan men niets merken zou, als hij niet tusschen beide, bij het een of ander ongelukje, uit zijn schuilhoek te voorschijn kwam. Maar foei, ik wil mij hever gewennen, tegen zulke zwaarmoedige gedachten op mijn hoede te wezen; ik geloof dat zij Hem, wiens zaak ik er door meen voor te staan, meer oneer dan eere aandoen. Inderdaad ! als ik maar alleen aan de dagen terugdenk, toen slechts weinige vergankelijke bladen de woorden des eeuwigen levens bewaarden, — broze planken met den schat der wereld bezwaard ! — dan vind ik mijzelven kleinhartig en ondankbaar, dat ik, om de uitwendige inkorting van het wetboek, terstond aan een inperking van het rijk denk, door van kleine bijbels tot kleine Christenen, en van kleine Christenen tot een klein Christendom te besluiten!

Zie mij daar mooi van den tekst afgedwaald. Nu, ik sta ook op geen katheder, en heb mijn verdeeling niet van te voren opgegeven. Als het waar is, wat Bilderdijk zegt, dat in eiken schrijfstijl de over-