Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rissen wordt, steeds met de vermelding van deze twee schilders, slechts dit portret van de Ruyter opgenomen, terwijl in den catalogus van 1809 alleen Bol als schilder wordt genoemd. Nu hadden Temminck en Roos 14 Mei 1800 te Rotterdam op het Zee-Comptoir gezien »Twee Pourtraiten van den Admiraal de Ruiter omtrent welke laatsten zij vermeenden, dat geenen hetwelk in de kamer der Marine hangt, in het bijzonder tot het voors. eynde zouden kunnen dienen". De van den Agent der Marine gevraagde machtiging, om deze stukken ten behoeve van de Konst-Gallery te doen afnemen, werd 22 Mei verleend. Ze werden dus stellig naar den Haag gezonden, en toch blijft het steeds maar één portret van de Ruyter. En het in den catalogus van 1809 genoemde is vermoedelijk nog weer een ander, waarover later in bijlage XII. Waar nu in den catalogus van het Mauritshuis de afkomst van het zich daar bevindende portret van de Ruyter slechts met voorbehoud genoemd wordt als in 1817 aangekocht van Coclers, daar meenen wij het voor waarschijnlijk te moeten houden, dat een der bovengenoemde de Ruyter-portretten thans in het Mauritshuis hangt. Ook met een ander, dat zich bevindt in het Nederlandsch Museum te Amsterdam, zal dat het geval wezen.

BIJLAGE IV.

DE VELDSLAGEN VAN CLAUDIUS CIVILIS.

Dank zij de vriendelijke mededeeling van den Algemeenen Rijksarchivaris, Jhr. Th. van Riemsdijk, zijn wij in staat de geschiedenis van deze twaalf schilderijtjes belangrijk aan te vullen.

De eerste aankoop wordt toegelicht door de twee volgende extracten: »a6 Januari. Gehoirt het rapport van de heeren Gecommitteerde de twaelff stucken schilderie gecocht hebbende van den advocaet Veen, van wegen sijnen broeder, hebben Haere Ho: Mo: denselven coop ter somme van twee ende twintich hondert guldens geadvoyeert ende geaccordeert daervan te depescheren ordonnantie , 1) »Die Staten etc. ordonneren Johan Doublet te betaelen aen Mr. Pieter van Veen, advocaet voor den Hove van Hollandt, de somme van tweeentwintich hondert ponden van veertich grooten 't stuck, daervooren dat Hare Ho: Mo: van hem door hare Gecommitteerde hebben doen coopen twaelff stucken schilderien, bij zijnen broeder gemaect van de oorloge ende daden Civilis tegen de Romeynen, tot een ciraet van Hare Ho: Mo; camere van vergaderinge. Gedaen in den Hage den XXVIen January XVIe ende derthien" 2)

Tot in het einde van 1699 bleven ze in het Binnenhof.

•24 November. Op het gepresenteerde door den heer van Bergesteyn, ter vergaderinge gedaan is naar voorgaande deliberatie goedgevonden ende verstaan, dat de twaalff schilderijtjes voordesen gehangen hebbende in de Trèvescamer, representerende de historie van Claudius Civilis, vereert zullen werden aan Zijne Majesteyt van Groot-Brittannien; ende werd de garde-meuble de Lange gelast de voorschreven twaalff schilderijtjes ten dien eynde aan den gemelten heere

1) Extract uit de Resolutien der Staten-Generaal, 1613.

2) Extract uit het Ordonantieboek, 1603—1614, fol. 313 v°.

Sluiten