is toegevoegd aan uw favorieten.

Cursus in de electrotechniek voor de cadetten der artillerie en genie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15. Capaciteit.

De capaciteit van een geleider wordt bepaald door de hoeveelheid electriciteit, die hem de eenheid van potentiaal geeft. Hieruit volgt

c

als dimensie C=— dus:

C = c (15)

1G. Electromotorisclie kracht.

Zij wordt gemeten door het potentiaal-verschil dat zij in liet leven kan roepen. De eenheid van E. M. K. is dus aanwezig als de eenheid van potentiaal-verschil ontstaat. Hieruit volgt:

Jï—cfc»r' (16)

17. Stroomsterkte.

Deze is recht-evenredig met de hoeveelheid electriciteit, die door den draad gaat en omgekeerd-evenredig met den tijd, waarin dit geschiedt.

Hieruit volgt:

i = c'g's~1 (17)

18. Weerstand.

Deze wordt bepaald door de wet van Ohm , dus is de weerstand recht-evenredig met het potentiaal-verschil en omgekeerd evenredig met de daardoor opgewekte stroomsterkte. Wij vinden dus:

R = c~ls (18)

De onder (12) tot (18) genoemde eenheden zijn de zoogenoemde electrostatische eenheden. Zij zijn veel minder in gebruik dan de electromagnelische.

19. Electromotorisclie kracht. (Potentiaalverschil).

lieweegt zich een geleider van / cM. lengte in een magnetisch veld van een veldsterkte F, met een snelheid v, dan is de geïnduceerde E. M. K. recht-evenr. met deze drie grootheden. Hieruit volgt:

E = c''g*s~ * (19)

De hierbedoelde eenheid, behoorende tot liet C. G. S.-stelsel, is zeer klein. De praktijk had de E. M.K. van 1 DANiELL-element als eenheid genomen. Deze is ongeveer 1,08 X 10" C. G. S.-eenheden