Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 13.

Dit Reglement, waarvan een exemplaar wordt uitgereikt aan iederen onderwijzer en aan iedere onderwijzeres, die bij het openbaar lager onderwijs te Amsterdam vast is aangesteld, treedt in werking op 1 Sept 1904.

Andere gemeenten, waar verplichte schoolvergaderingen ingevoerd werden, zijn: Amersfoort, Stad-Almelo, Ambt-Almelo, Coevorden, Dordrecht, Diemen, Enschedé, Emmen, Groningen, Harderwijk, Helder, Heteren, Huissen, Hoorn, Koog a/d Zaan, Lemmer, Lochem, Naarden, Purmerend, Schoterland, Uithuizermeeden, Wageningen, Watergraafsmeer, Wieringen, Zaandam, Zutfen, Zwolle, Nieuw-Lekkerland, Muntendam, Nijmegen, Woerden, De Punt, Scheemda, Valthermond, Doetinchem, enz.

§ 5. HET ONDERWIJS NA DEN LEERPLICHTIGEN LEEFTIJD.

Wij beginnen dit hoofdstuk met de klassen in de lagere school volgende op de hoogste, bestemd voor leerlingen in den leerplichtigen leeftijd. Men noemt ze vervolgklassen. In de wet wordt er niet van gesproken en de gemeenten zijn dus niet verplicht ze in te richten; zij maken evenwel toch deel uit van de lagere school.

Zij dienen ten eerste voor kinderen, die, hoewel zij zes jaarcursussen doorloopen hebben, door hun ouders nog te jong geacht worden om de school te verlaten. Het leerplan is dan een uitbreiding of voortzetting van dat der voorafgaande klassen. In het laatste geval bevat het onderwijs een vreemde taal. Zulk vervolgklassen bestaan te Amsterdam.

Ten anderen zijn zij voor leerlingen der scholen van. meer uitgebreid lager onderwijs, wier ouders hun kinderen een deel der vakken van het middelbaar onderwijs willen laten leeren, doch het stelsel van telkens afwisselend vakleeraren niet voor hen geschikt achten en aan de leiding door één onderwijzer de voorkeur geven. Het leerplan is zoo ingericht, dat onderwijs in het zesde leerjaar aansluit bij dat in gymnasia en hoogere burgerscholen, doch

Sluiten