Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. Basische oxyden, welke met een zuur water en eeu zout geven:

CuO + 2 HN03 - Cu(NOg), + H„0.

Sommige basische oxyden verbinden zich met water tot basische liydroxyden; dit doen alleen de basische oxyden van K, Na, Ca, Ba en Sr:

CaO + H2 O = Ca(OH),,.

Andere basische hydroxyden of bases verkrijgt men langs een omweg, zooals Cu(OH),, Al,(OH),, enz.

Deze verliezen over 't algemeen ook weer gemakkelijk water door verhitting:

Cu(OH)2 = CuO + H,0.

Zijn er twee basische oxyden bekend van het metaal, dan heet dat met de minste hoeveelheid zuurstof het o-oxyde en dat met de meeste hoeveelheid het i-oxyde, bijv.:

FeO = ferro-oxyde; Fe,03 = ferri-oxyde.

II. Indifferente-oxyden zijn noch basisch noch zuurvormend. Bevatten ze veel zuurstof, dan heeten ze per- of superoxyden, bijv. BaO, = baryumperoxyde, M11O, — mangaansuperoxyde.

Het eerste geeft niet zwavelzuur waterstofdioxyde :

Ba02 + H,SO, = BaSO, + H,0,-

Het laatste geeft met zoutzuur chloor:

MnO, + 4 HC1 = MnCl, + 2 H,0 + Cl,.

III. Zuurvormende oxyden geven met water een zuur. De meest bekende zijn:

le. CrOs, chroomzuuranhydride,

CrO.j + H.,0 = H,CrÖ4, chroomzuur,

2 CrO, + H]0 = H,Cr,Ü7 , dichroomzuur.

2e. MnO,, mangaanzuuranhydride,

Mn0.1 + H,O = H,MnO4, mangaanzuur.

3e. Mn207, mangaanheptoxyde,

MiüO; + H.,0 = H,,Mn,Os, permangaanzuur.

We noemen deze 4 inetaalzuren vooral, omdat hunne kaliumzouten zeer veel gebruikt worden.

Zouten zijn afgeleid van zuren door de waterstof geheel of ten deele te vervangen door metaal.

In het eerste geval, bijv. Na2S04, K|P04, Ca(NO.,),, heeft men normale, in het laatste geval, bijv. NaHSO,, KH,PO,, heeft men zure zouten.

Men kan zouten ook afleiden van een basis door de waterstof der OH-groepen geheel of ten deele te vervangen door een zuurradicaal. In het eerste geval krijgt men weer normale zouten, bijv.:

Sluiten