Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Platina.

Dit metaal komt weinig in de natuur voor. De ertsen worden met koningswater behandeld en uit deze oplossingen wordt het pluthiucMorkh, PtCl,, als dubbelzout gepraeeipiteerd met NH,C1 tot PtCl, .2 (NH4C1). Wordt dit laatste gegloeid, dan blijft fijn verdeeld platina achter, platinaspons, dat in de knalgasvlam gesmolten wordt.

Platina is een tinwit, smeedbaar metaal. Door koningswater wordt het aangetast. Het laat zich tot dunne platen uitpletten en tot draden uitrekken.

Platina wordt uit een oplossing van platina-chloride door reductiemiddelen in fijn verdeelden toestand afgescheiden, pluti na-zwart. en heeft dan de eigenschap om gassen aan zijn oppervlakte te verdichten, waardoor zooveel warmte ontstaat, dat vaak scheikundige

werking veroorzaakt wordt, bijv. sU, en U worden verbonden tot S0...

Platina doet dit zelf ook reeds. Hangt men bijv. een warme platina-spiraal in een glas met aetlier, dan zal die de aether-dainpen aan haar oppervlakte verdichten, waardoor de spiraal gloeiend blijft. Evenzoo blijft ze doorgloeien boven een open, maar niet aangestoken BiNSEN'sche gasbrander.

De voornaamste platina-verbinding is platinachloride, PtCl,, dat door verhitting ontleedt in platina en chloor. We zagen reeds, dat het ontstond

door oplossing van platina 111 koningswater. \ oegt men bij een oplossing van PtCl, een oplossing van KC1 of NH,Cl. dan ontstaat de onoplosbare verbinding PtCl, .2KC1 of PtCl, . 2 (NH,C1), ook wel geschreven K.,PtCI,; of (NH,),PtCl,; en dan beschouwd als het kaliumof ammonium/out van H.,PtCl,;, plathmchlooruruhrstofzmtr.

Het periodieke systeem der elementen.

Op de vraag, of elk der door ons besproken elementen geheel op zich zelf staat en dus niet zijn verbindingen een afgesloten geheel vormt, dient een ontkennend antwoord gegeven te worden. Dit bleek ons reeds bij de behandeling van fluoor, chloor, bromium en jodium, die tal van verbindingen vormen, welke buitengewoon veel op elkaar gelijken. Hetzelfde treft men aan bij de elementen phosphorus, arsenikuin en antimonium. Sommige metalen gelijken zooveel tip elkaar, dat zij in één adem genoemd dienen te worden, bijv. kalium en natrium of calcium, strontiuni en baryum.

Sluiten