Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen een minister kunnen optreden als a a n k 1 a g e r in de eerste en als rechter in de tweede hoedanigheid, — waarmee de onpartijdigheid zou ophouden te bestaan. Zoo kan ook de Procureur-Generaal, die voor den Hoogen Raad als e i s c h e r optreedt, niet tevens lid der Staten-Generaal zijn, want het geval zou zich dan immers kunnen voordoen, dat hij aanklager ware en de aanklacht hadde in te dienen aan zich zeiven, om daarna den eisch tot bestraffing bij den Hoogen Raad voor te dragen en te bepleiten.

Is er eene open plaats — eene vacature, zegt de grondwet, — in den Hoogen Raad (art. 163), dan geeft die Raad daarvan kennis aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal; deze maakt, ter vervulling daarvan, eene voordracht van drie personen en biedt ze den Koning aan; de Koning doet daaruit een keuze; uit de leden benoemt Zijne Majesteit ook den president en den vice-president van den Hoogen Raad.

Toen wij boven art. 164 aanhaalden, noemden wij reeds ééne der bevoegdheden van ons hoogste rechtscollege; eene tweede wordt omschreven in art. 165: „De Hooge Raad heeft het toezicht op den geregelden loop en de afdoening van rechtsgedingen, alsmede op het nakomen der wetten door de leden der rechterlijke macht. Hij kan hunne handelingen, beschikkingen en vonnissen, wanneer die met de wet strijdig zijn, vernietigen en buiten werking stellen, volgens de bepaling door de wet daaromtrent te maken, en behoudens de door de wet te stellen uitzonderingen."

Eene bevoegdheid, die in de wet, maar niet in de grondwet, wordt omschreven, is, dat de Hooge Raad oordeelt over alle rechtsvorderingen tegen den Koning, tegen de leden van het koninklijk huis en tegen den Staat, behalve wanneer die vorderingen op het eigendomsrecht betrekking hebben.

Art. 166 bepaalt, dat de leden der rechterlijke macht benoemd worden door den Koning, en, voor zooverre zij met rechtspraak belast zijn, — dus niet de griffiers, de ambtenaren van het Openbaar Ministerie en de officieren van justitie — voor hun leven; ook de Procureur-Generaal bij den Hoogen Raad wordt voor zijn leven aangesteld.

Dit laatste is natuurlijk aldus gewild, omdat die ProcureurGeneraal kan moeten eischen tegen den Koning zeiven en tegen den Staat. Hij moet onafzetbaar zijn, om zich geheel vrij te gevoelen.

Sluiten