Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HOEKSCHE WAARD IN HET TEEKEN VAN HET VERKEER

(1898.)

„En deseipcreert niet!

A'intig jaar geleden, Zaterdag 27 April 1878, begonnen we onze lezers aan te sporen tot samen werking ter verkrijging eener verbinding van de Hoeksche Waard met den vaste n w a 1.

Met zelfvoldoening, maar niet zonder weemoed lezen we nu, wat we in die dagen schreven. In den aanhef konden we van het Eiland getuigen: „De 31,000 menschen, die er leven op eene oppervlakte van 30,000 hectaren, verbruiken meer dan Hip ppner stad met treliik zielental. Zii genieten eene

hoogere welvaart. Men kent er de eigenlijke armoede niet, zooals men die vindt in de steden. Bezitters van groote fortuinen wonen er in menigte. Over het algemeen zijn er de landbouwers gegoed: vele zijn rijk."

Ach, de Hoeksche Waard stond toen in 't culminatie-punt. De boer ging niet beneden St. Julien in de sociëteit; de zwingelaar werkte 's Maandags niet en 's Zaterdags weinig, omdat hij in de overige vier dagen toch nog twaalf gulden verdiende, op ééne kermis werd toen meer verworpen en verdorven, dan thans op drie verbruikt; aan de pontveren kon een rijtuig vaak een uur wachten, eer het aan de beurt kwam, om overgezet te worden ; in den winter waren tochten van tachtig rijk getooide arresleden achter elkander geene zeldzaamheid.

Maar bij ijsgang zat men afgesloten van de wereld en stond de handel stil, wat nog al scherp gevoeld was in het strenge jaargetijde, dat we in April '78 achter ons hadden.

We meenden, dat het licht werk zou zijn, ook deze laatste

Sluiten