Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu zal wel eiken morgen die bloem mij bij zich vinden,

mijn oogen te ont-winden van waze, in teed're zorge —

Haar aanschijn is zoo zacht,

geure wijlt om haar, weeke,

zoodat ik nu de bleeke dag door-ga zonder klacht!

In d' ouden klooster-tuin bloeit nu een bloeme blij-rood . . . .. . Ligt niet mijn ziel, waar zij sproot begraven onder 't puin?

II*

Sluiten