Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenmaal de eerste bergplaats op het spoor zijnde, viel het ons niet moeilijk ook de andere te ontdekken.

De tweede ontdekking speelde zich af in een zijkanaal van het Noord-Zeekanaal, bij de Hembrug.

Zoo spoedig eenmaal aanhoudingen waren gedaan, had een der beklaagden, die nog op vrije voeten rondliep, alles wat onder zijn berusting was, in een tafellaken geknoopt en had dit in het kanaal doen zinken.

De valsche munter werd eerst langen tijd daarna aangehouden, zoodat toen wij naar den gezonken schat gingen visschen, deze al minstens vijf maanden op den bodem

moest liggen. , ,

Nu had ik in die dagen een baggerman aan de hand die zoo bekwaam was in zijn vak, dat hij meermalen kleine voorwerpen als gouden ringen zelfs van den bodem had

opgehaald. .

Op een mooien stillen dag togen wij er op uit. IJe aangehoudene moest natuurlijk mee en die kon zich herinneren waar hij zoo ongeveer het zaakje in het water had geworpen.

Onze baggerman ging voorzichtig aan het baggeren en inderdaad kwam nog binnen een uur tijds de schat naar

boven, zonder dat er ook maar iets uit verloren was gegaan.

Wij wisten niet waar we meer verheugd over moesten zijn, over de prachtige vondst dan wel over dat kranig stukje werk van den baggerman, die op een plaats waar het water zoo diep was dat de groote zeeschepen voor de Zaandamsche houthaven er konden varen, zulk een kras staaltje van zijn bekwaamheid leverde.

Geheel bij toeval zijn wij datgene wat er nog verder zoek was op het spoor gekomen.

Op een ochtend waren eenige jongens aan de Kalfjes-

Sluiten