is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn reis door het aartsbisdom en de stichting van Nieuw-Dordrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plannen en wijselijk vond ik bet daar niet te opereeren. De herder van Yeenhuizen had als kapelaan reeds ongevraagd zijn offer neergelegd op het altaar der liefde , en het succes van het Munsterscheveld heb ik reeds vroeger gemeld. Ik begon derhalve in Bedum. Bedum 225 communicanten en 225 gulden op de collecte; of de dag goed was! Dankbaar verliet ik die plaats. Op den Hoorn. De herder dier gemeente, die thans reeds gerechtigd is de gouden priesterkroon te dragen weet de christelijke geest van liefdadigheid in zijn kleine lieve parochie wel te bewaren. Bij mijn komst klonk het mij dan ook bemoedigend toe : ge krijgt morgen zeker hon • derd daalder, ik heb mijn volk uwe komst gemeld en uwe collecte aanbevolen, het is daar noodig in de veenen. Hoogst voldaan verliet ik 's Maandags de pastorie met 225 gulden bezwaard. In Sappemeer was ik eveneens hoogst voldaan; een paar genoegelijke avonden bracht ik daar door en met den buidel gespekt met 160 gulden liep ik weer naar het station.

In Kloosterburen aangekomen stond ik verbaasd, toen de pastoor aldaar mij verwelkomde met deze woorden : „pastoor ik feliciteer mij met uw komst naar hier." Sapperloot, dat was iets ongehoords. Immers geduld werd ik bijna overal, maar zoo met volle muziek was ik nog nooit binnengehaald. Ik gevoelde mij dus dadelijk hier thuis, 's Avonds herhaalde pastoor Schmeink nog eens ongeveer hetzelfde, want zoo zeide Z.Eerw., de menschen hier willen wel geven, maar moeten een weinig aangespoord worden: doe dus uw best, geeft gij ze morgen maar een opwekking, hoe meer gij krijgt hoe aangenamer het mij is, want bij u is het noodig, groot noodig. Met de wetenschap toegerust, dat ook hier mijn collecte dringend was aanbevolen, stond ik Zondag 's morgens vol moed op den kansel en met succes: noc

/ n

3