is toegevoegd aan uw favorieten.

Overzicht der werken, brochures, tijdschriftartikelen enz. van de Hervormd Gereformeerde hoogleeraren Dr. J.A.C. van Leeuwen, Dr. H. Visscher en Dr. J. Severijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar grond in het gevoelsleven, dat een groote varieteit blijkt te bezitten. Ieder wijsgeer schouwt de wereld in het licht, dat hem bijzonder, dank zij zijn individualiteit, eigen is. De persoonlijkheid van den wijsgeer is de baarmoeder van zijn stelsel. Het systeem hangt af van den man. Wijsgeeren zijn eigenlijk kunstenaars. Onder alle denkers is er niet één, die het Woord des Heeren kon overnemen en van zichzelven vermocht te getuigen: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Christus is meerder dan zij allen!

IV. Wanneer de auteur het Calvinistisch beginsel aan een diepgaand onderzoek onderwerpt, dan komt hij tot de conclusie, dat Calvijn, die met de wijsbegeerte uitstekend op de hoogte was, nimmer de wijsbegeerte te hulp roept om zijn beginselen te dekken. Calvijn s uitgangspunt is absoluut religieus van karakter. Ook hij waardeert de wetenschappen, doch zij worden volstrekt niet afgeleid uit zijn religieus beginsel. Calvijn neemt zijn uitgangspunt in het Schriftuurlijk gelouterde religieuse bewustzijn.

Om het wezen der religie te leeren kennen doet men beter niet met inbeeldingen der phantasie te beginnen, maar zich voor oogen te stellen het volkomene, rijkste en schoonste religieuse wereldbeeld, zooals het in de verschijning van onzen Heere Jezus Christus ons werd voorgesteld in werkelijkheid.

V. Op de vraag naar den oorsprong der religie is tweeërlei antwoord mogelijk. De religie is een eigenschap, die de menschheid in het proces harer ontwikkeling verworven heeft, of zij is in het wezen des menschen gegrond. Met de eerste beschouwing rekent de auteur grondig af; de tweede verdedigt 'hij op grond van Schrift en Historie.

De religie, die niet uitsluitend resultaat van gevoelswerking is, is ook kennis. Onder de hoogere vormen van emotioneelen aard, die met ons voorstellings- en denkvermogen saamhangen, en voor het geestelijk leven zoo groote beteekenis hebben, neemt de religie haar centrale plaats in. Ook is bij haar een relatie tot het intellectueele. Een juiste verhouding tusschen beide is van het grootste belang.

VI. De wetmatigheid, waaraan het bewustzijn in het algemeen onderworpen is, strekt zich uit den aard der zaak ook uit over het religieus bewustzijn. De verschillende vormen, waarin zich het religieuse leven openbaart, hebben allen één zelfden kenvorm met elkander gemeen. In de bonte verscheidenheid der religieuse voorstellings-wereld wordt God gekend, maar niet verheerlijkt of gedankt. In alle religieuse levensvormen moet een waarheids-element worden verondersteld als de factor, die het religieuse leven inspireert. Het komt echter niet steeds tot volle en zuivere ontplooiing. Alleen de Christelijke religie is de eenig ware. Er is een eigen vorm van religieus kennen, n.1. het geloof. Dit kennen des geloofs is geen intellectueele daad, maar wortelt in de structuur