is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze voor-oordeelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkel subjectief, om niet te zeggen, niet fictief wezen, in de zakelijkheid en dus in een zijns-oordeel gegrond zijn.

Dat wisten thomas en Duns ook wel en daarom togen zij aan het „bewijzen".

En daarin waren zij grootmeesters.

Maar, als u het bewijs van den „doctor angelicus" naast dat van den „doctor subtilis" legt, krijgt u dan niet den indruk, dat het primaat van den wil zich minstens even goed dialektisch laat bewijzen als dat van het verstand en ook, dat u, gewapend met deze twee bewijzen, een lang niet onverdienstelijke proeve van vaardigheid zoudt kunnen geven in dat in utrarnque partem disputare waarmee de scepticus karneades, bij zijn bezoek aan Rome, den ouden Cato zoo uit zijn humeur bracht ?

Uit deze bewijzen blijkt dan ook allerminst óf het zoo is en alleen maar op welke gronden ieder der twee doctores voor zich het zoo vindt.

Maar bovendien, of iemand denken voornamer vindt dan willen, of willen voornamer dan denken, is toch een andere vraag dan die naar de reëele of zakelijke verhouding van denken en willen.

Bij de vraagstelling dit anders-zijn te hebben overzien, dat M H. is, wat, mijns inziens, het probleem in de eerste plaats heeft vertroebeld.

In de tweede plaats is dit, zooals ik zei, geschied doordat men op het probleem der verhouding van denken en willen de „vermogens-leer" toepaste.

Die leer op zich zelf nu zou het 'm nog niet gedaan hebben.

Wie bij de ziel van „vermogen", dynamis, potentia, facultas spreekt, kent haar kracht en daarmee activiteit toe en dit is zeker meer in overeenstemming met de introspectieve waarneming dan haar alle activiteit te