is toegevoegd aan uw favorieten.

Uitgetreden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te moeten geven. Ik heb daarbij op het oog gehad niet allereerst „de wijzen en verstandigen", maar veelmeer het volk „in welks hart de gebaande wegen zijn" en die door genade eenigermate „de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads".

In hunne voorbede beveel ik mijzelven aan en alle Gods geroepene knechten — van welke ik de geringste ben — opdat ons het woord gegeven worde in de opening onzes monds, om pal te staan voor het Geloof, dat den heiligen eenmaal is overgeleverd; voor die gezegende en onveranderlijke Waarheid, die God op het hoogst verhoogt, den zondaar op het diepst vernedert, en den verbrijselde machtig en op het liefelijkst vertroost. Zij mogen onzer gedenken, opdat wij getrouw en vruchtbaar bevonden worden in het werk der bediening, tot uitbreiding en vermeerdering zijns Rijks, tot volmaking der heiligen, tot opbouw des lichaams van Christus.

Het komt mij voor, dat wij te midden van zeer ernstige worsteling ons bevinden, waarbij we den strijd niet hebben tegen vleesch en bloed, maar tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht; tegeneen macht die niet allen in l et drieste ongeloof en zinbegoochelend bijgeloof zich openbaart, maar ook, en zeker niet minder, in het zielenmisleidend waangeloof, dat zijn' verslagenen bij meer dan tienduizendtallen telt.

Het gaat om de ware Waarheid.

Om de eere Gods in het eenzijdig werk van toebrenging en zaliging van zondaren.

Om de wezenlijke erkenning en verkondiging van het werk des H. Geestes in de harten der uitverkorenen,