is toegevoegd aan uw favorieten.

Nalatenschap

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo zien wij dan, dat de trouw van God tegenover zijn gunstvolk onveranderlijk is, wat er ook tegen opkomt, omdat zij gegrondvest is in Gods eeuwige zondaarsliefde, die God geopenbaard heeft in Jezus Christus, zijn eeuwig geliefden Zoon. Daarom is ook voor den mensch alle roem uitgesloten, en ligt hij er met al zijn doen en laten ganschelijk buiten. En driewerf welgelukzalig, dat dit zoo is, kinderen van God; den Heere zij daarvoor eeuwige eere toegebracht; dit geeft moed voor den armen en schuldigen sterveling. In die openbaring is aan Gods recht voldaan, en de kloof, die er was tusschen God en het menschenkind, weg genomen. Zoodat nu de in waarheid naar God zoekende ziel met vrijmoedigheid mag gaan tot den troon der genade, pleitende op die gerechtigheid, die alleen genoegzaam is om voor God te kunnen bestaan, en waarbij niets van den mensch in aanmerking komt. De door genade beproefde en gelouterde mag hier ademhalen en uitroepen : Heere! omdat Gij niet verandert, ben ik niet verteerd; ik ben ontrouw geweest, maar Gij hebt reden uit uzelven genomen, en hebt uwe eenmaal geopenbaarde zondaarsliefde niet veranderd, maar bevestigd, hetgeen mijn eenige hoop en pleitgrond is en wezen kan.

III.

In de derde plaats moeten wij nagaan, waarin die trouw bevestigd wordt. En waarin vindt men nu die trouw bevestigd? Dat de mensch nu die genadeweldaad aangrijpt en op zichzelven toepast, en nu voortaan gaarne den Heere wil dienen?