is toegevoegd aan uw favorieten.

Goed en kwaad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het goede beoogend, een zeer onvolkomen wet maakt, toch niet duizendmaal beduidender dan degene, die in zulk een wet een gebrek vindt, wat heel niet moeilijk is, of een, die alle wetten verwerpt? Het afbreken van een huis is een bruut geweld, een bijna oordeelloos bedrijven, maar vraag dien werkenden menschen eens of er één onder hen is, die een nieuw zou kunnen bouwen. Wie een daad doet, iets vervaardigt voor het oog der menschen, staat bloot aan critiek, en dit is wellicht goed; critiek kan gedachtenvol zijn, even goed als een daad, en beide regelen dan elkaar, vullen elkander aan; — maar een maker heeft, om iets te noemen, honderd moeilijkheden te overwinnen, indien hij er negentig overwint, is hij een wakker man; zijn werk is goed, (volkómen is niets van wat menschen maken,) maar er zullen onder de duizenden en duizenden niets makende menschen, — toeschouwers, zeg maar,

toch wel éen of twee zijn, die van de tien gebreken er een enkele ontdekken, door denken, of door een toeval, hun aandacht is op andere details gericht dan die van den maker, wel anders dus, maar daarom nog niet scherper dan bij dezen, — en die menschen gaan dan met groot geschreeuw wat zij vonden aan onvolkomenheid verhalen aan een elk. Hun stem wordt beter vernomen dan die van den maker zelf, die trouwens van eigen onvolkomenheden er meerdere gezien heeft, maar ze niet kon verbeteren om, laten we zeggen, „technische redenen, de menschen hebben reeë ooren voor een foutje aan iets grootsch schijnends; iets, dat hun door zijn doordachtheid imponeerde, en ze juichen den „scherpen" man toe, die zoon enkele onvolkomenheid ontdekte, stellen hem hooger dan den maker; immers de eerste zag een fout, die den laatste ontgaan was, en is dus vernuftiger dan deze. De oorzaak van dit doen der menschen is, dat ze heel wel weten eigenlijk, dat de uitdenker, de vervaardiger, de dadendoener ver boven hen allen uitsteekt, en het foutje, door een der hunnen gevonden, wordt hun tot een steen, waarmee ze naar hem werpen, opdat hij van zijn hoogte neerstorten zal in hun midden, waar hij weer hun gelijke schijnen zal;