is toegevoegd aan uw favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij haar bed stond. Soms kwam haar zuster met haar driejarig zoontje... De zusters spraken over het woelige kind, immer over het kind. Ik hoorde het telkens wanneer ik voorbij liep. De andere zuster keek een beetje sullig vanwege haar doofheid, en zij was het toonbeeld van schamele fatsoenlijkheid.

Haar minnaar heb ik nooit gezien... Zij sprak niet over hem met vader of zuster... Opvallend was het verschil tusschen haar en haar familie in manieren en spreken. Zij scheen beschaafder en fijner. Haar beroep was gouvernante, dat wist ik.

Op Sinterklaasavond had ik dienst in de zaal. Het schemerde reeds toen ik binnen kwam.Ik maakte mijn ronde en hoe dichter ik bij het bed der kleine gouvernante kwam hoe duidelijker ik hoorde snikken.

Het hoofd in haar oorkussen gedrukt weende zij.

— Joanna, zeide ik, en noemde voor het eerst haar naam.

Langzaam wendde zij het hoofd om en keek mij aan met schuwe, betraande oogen. Zij was zoo jammerlijk triestig en geslagen dat zij mij niet scheen te herkennen.

— Joanna, zei ik zacht.

Tl, 1 1,™ „4- 1 ~ 41, 1

I\ t I I /A Ml .t-ril Mdt-! /, . \ Jt-* ZA M I «III —

gelukkig.

— Kom, kom! De dokter beweert dat ge zoo goed vooruit gaat...

— Wat baat het mij, zuster Anna... ge weet niet wat mij overkwam... Mijn gezondheid, wat geef ik om mijn gezondheid !... Niemand kan mij helpen, niemand !...

— Joanna, niet wanhopen!

— Zuster Anna, hij heeft me afgeschreven! Nu...