is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Moeder! van deage 'ef ze ook al „lillekerd" 'ezegd tegen de 'ond en ook al toew 't 'eurntien 'eur beet," klaagde Annigje haar zusje aan. Ze had de scherven opgeraapt en vroeg: „woor mot ik de schoarten loaten?" „In de turfbak, moar as Beertien zoo ruug in de mond is, dan krig ze gien riezebrij.'' Ze pakte het kind op en lei het, geheel gekleed, boven op het dek in de bedstede achter in 't vertrek.

Beertje hield dolveel van rijstebrij, maar hetzij de worst haar voldoende had gevoed, hetzij ze blij was, geen erger straf te ontvangen, ze hield op met schreien en legde zich gehoorzaam neer. Toen allen weer aan tafel zaten en men weer kalm begon te praten, richtte ze zich overeind en keek voorzichtig door een kier der bedgordijnen. Ze zag hoe moeder de schaal met aardappelen wegnam en een groote schaal rijst weer in het midden plaatste. Nu streek moeder een dik stuk boter over de rijst en nu strooide ze er bruine suiker op. Beertje wist het wel: nu mocht ieder rijst eten uit de schaal, maar je mocht niet verder komen dan vlak voor je eigen plaatsje en je mocht de boter en de suiker niet voor iemand anders wegscheppen. Beertje zag, dat Nelly en Elsje maar even het bovenste laagje opaten en verder bedankten. „Lekkerbek!" had ze graag geroepen, maar ze bedacht juist nog op tijd, dat ze straf had. Moeder en Annigje schepten wat dieper en vader had al een diepen kuil voor zich. Toen