is toegevoegd aan uw favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't kan ook zijn, dat dr. de Vries zoo bijzonder knap is in verbinden en masseeren. In ieder geval, 't was nog al gauw weer in orde en ik was hem zoo dankbaar, dat 't zoo mooi terecht kwam, dat ik een vers voor hem maakte. Hoor eens, ik ken het van buiten, zóó lang heb ik werk gehad om 't klaar te krijgen:

A is mijn afgod, mijn dokter, mijn al;

B is zijn basstem, die rolt als een bal.

C is zijn corpus, zoo fier en zoo waardig!

D is zijn dikte, die staat hem wel aardig.

E is de eenvoud, die steeds in hem woont;

F is de faam, die hem gaarne bekroont.

G is zijn goedheid voor al zijn patienten;

H is zijn hoofd, 't maakt hem man van talenten;

I is zijn invloed, tel dien maar niet licht!

J is zijn jaardag, waarvoor ik thans dicht.

K is zijn kroes, waar hij heden uit drinkt;

L is zijn lach, die zoo aangenaam klinkt;

M is zijn mes, dat wel wondt, maar ook heelt;

N is zijn nachtrust, die vaak men hem steelt.

O is zijn oog, waar 'k vertrouwen in had,

P zijn portret, 'k wou, dat ik het bezat!

Q is de quibus, waarvoor hij soms speelt,

R is zijn roem, die zijn ijdelheid streelt.

S is de scherts, waar hij heel veel van houdt;

T is de toekomst, waarop hij vertrouwt.

U is het uur, dat ik ophoud met zingen,

V is dit vers, dat uit 't hart mij kwam dringen W is de waaghals, die 't heden u biedt;

X is haar naam, dus u vraagt hem maar niet.

IJ is de ijver waarmede ik schreef;

Z is een zoen, dien 'k tot atscheid u geef!

„Maar Elsje!" zei Nelly. — „Wat? die zoen? 't Is maar