is toegevoegd aan uw favorieten.

Rijcklof van Goens, commissaris en veldoverste der Oost-Indische Compagnie, en zijn arbeidsveld, 1653/54 en 1657/58

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rechts van den commandeur, hem zoo dicht volgende, „als soldaaten zeemanschap lijden mach", zou van Leenen met zijn drie schepen op den vice-admiraal los gaan, en Rins Jansen aan bakboord op het derde portugeesche eskader.

Zoodra zij op die wijze door den vijand waren heengeslagen, moesten de kanonnen direct weer geladen en de vijandelijke vloot van de andere zijde doorgevaren worden, altijd met de gedachte hem immer meer zuidwaarts te lokken.

De plaats van den „geprepareerde brander" was bij den aanval dicht achter den commandeur aan lij, om „in 't passeeren van des vijants admiraal hem den zeiven aen boort te smijten". De bemanning moest zich met de „chaloup" op 't commandeurs- of een ander schip zien te redden,

Mocht de commandeur komen te vallen, dan moest de kapitein van de Phenix, Cornelis Stemper „daerom niet swichten, maer de vlagge in behoorlijcke postuer als voorheen laten waijen" en zoo ook bij verder sneuvelen van de scheepsofficieren, ieder op zijn beurt, tot den minsten officier toe. Zijn plicht getrouw vervuld hebbende zou deze dan, „zoo hij capabel" was, 't schip de Phenix ook als schipper verder commandeeren. 't Zelfde gold voor de schepen van de andere vlagofficieren: geen verandering in de vlaggen, opdat „den vyant door alteratie der vlaggen den moet niet mocht comen te wassen". Ieder overblijvend officier, die zich na 't sneuvelen zijner meerderen wel van zijn taak kweet, zou niet alleen als schipper zijn vaartuig verder commandeeren, maar wegens manhaftig gedrag nog met een jaar gage beloond worden. *)

De vijand was van plan een kostelijk geladen schip naar Portugal af te zenden. Natuurlijk zou het bij een uitval de bedoeling zijn, dat jacht door de blokkade-vloot heen te brengen. Den commandeur werd op het hart gedrukt er wel op te letten, „dat ons de sucht tot den buijt niet van de victorie en diverteert." Eerst wanneer van de Phenix een afgesproken teeken gegeven werd, zou een aangewezen jacht uit de vloot het „prijsken" najagen. Mocht een ander het wagen, hem wachtte „lyfstraffe en arbitrale correctie." Want hoewel tot

*) De kapiteins waren: op Weesp, Jacop Lippens; op Zierikzee, Daniël de Vries; op Tholen, Adriaan van Leenen; op Ter Schelling, Daniël de Looper van Middelburg; op de Leeuwin, Jan Lucasz Meeuwen; op Vlieland, Rins Janssen van Amsterdam; op Workum, Reinier Reiniersen en op Goutsbloem, Jan Compas.