is toegevoegd aan je favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vleugels wijken zij toch bij het vallen gewoonlijk min of meer van de loodrechte richting af en kunnen op eenigen afstand van den boom op den grond komen.

Bij vele waterplanten en bij planten die aan de oevers van het water of aan het strand van de zee groeien, vinden wij eigenaardigheden, die een verspreiding van de vruchten of zaden door stroom end water in de hand werken.

In de omstreken van Batavia treft men sommige waterplanten aan die anders in Indië niet in het wild voorkomen, maar waarvan de zaden of vruchten met het stroomende water van uit s Lands Plantentuin te Buitenzorg zijn medegekomen.

IN iet alleen zaden of vruchten kunnen door middel van stroomend water verbreid worden, maar ook stukken van wortelstokken, knollen of bollen. Uit kleine bladokselknolletj es van oebi s (Dioscorea), die men aan het strand van koraaleilanden aangespoeld vindt, kan men nieuwe planten opkweeken. Dergelijke knolletjes verliezen door het zeewater, wanneer zij er niet al te lang in liggen, hun kiemvermogen niet. Stukken van de wortelstokken of knollen van Canna's, van den Patjing (Costus speciosus), van I al es en dergelijke planten kunnen eenige dagen in zoetwater ronddrijven zonder daarvan nadeelige gevolgen te ondervinden.

Bij de witte Waterlelie (Nymphaea) treft men een veelhokkige doosvrucht aan, die zeer talrijke, kleine zaadjes bevat. Wanneer de bloem uitgebloeid is, buigt de bloemsteel zich, zoodat de vrucht onder water komt. De vruchtwand verrot ten slotte wanneer de vrucht rijp is en de zaden komen zoodoende vrij. Deze zaden zijn omgeven door een dun huidje, dat er los omheen zit. I usschen dezen zaadmantel en de eigenlijke zaadhuid bevindt zicli lucht, waardoor de zaden naar de oppervlakte van het water stijgen en dikwijls ver wegdrijven. Hebben zij eenigen tijd rondgedreven, dan verrot en verscheurt de zaadmantel, het zaadje zinkt op den bodem en kan daar ontkiemen.

Bij de Lotos (Nelumbiiim) valt de geheele schijnvrucht van den vruchtsteel en drijft, met de daarin gesloten dopvruchtjes rond. Door het rotten van de schijnvrucht komen de dopvruchtjes vrij en zinken op den bodem.

Onze Indische strandflora is zeer rijk aan allerlei planten die door het zeewater worden verspreid en men kan gemakkelijk aan het zeestrand in een uurtje een twintigtal verschillende