is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding voor den dienst der accijnzen in Nederlandsch-Indië met den tekst der op de accijnsenheffing betrekking hebbende algemeene verordeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goederen, die op grond van hunne bestemming zonder voorafgaande betaling van den accijns worden uitgeslagen. Voor dezen zij in herinnering gebracht, dat de rekenplichtige door de bepalingen voor den accijns terzake eventueel verschuldigd aansprakelijk is gesteld, terwijl, zooals mede reeds hiervoren aangeteekend, ingeval van uitslag zonder voorafgaande accijnskwijting, in de betrekkelijke aangiften een termijn wordt gesteld binnen welken moet zijn aangetoond, dat de goederen de bestemming, op grond waarvan de accijnsvrije uitslag werd toegestaan, inderdaad hebben gevolgd, bij gebreke waarvan de accijns invorderbaar wordt.

De accijns wegens ondermaten is binnen acht dagen na bevinding vorderbaar gesteld '), zoodat ook ten aanzien hiervan de rekenplichtige, in verband met diens aansprakelijkheid voor den accijns daarvan, zonder bezwaar dadelijk bij het afsluiten der rekening kan worden gecrediteerd.

De bevonden overmaten worden bij den volgens rekening aanwezigen voorraad gevoegd. Dit geschiedt, opdat belanghebbende mede voor den accijns daarvan aansprakelijk worde.

Met betrekking tot de rekening zij ten slotte nog opgemerkt, dat het voor den kredietgenietende verplichtend is gesteld om, telkens wanneer afsluiting der rekening plaats heeft, deze binnen acht dagen te teekenen. Voldoet hij hieraan niet, dan verliest hij de bevoegdheid om tegen de uitkomsten in verzet te komen 2).

§ 5. Zekerheidstelling.

Daar de bergplaatsen niet van wege de douane worden bewaakt, spreekt het van zelf, dat de eisch tot opslag in zoodanige gebouwen op zich zelf geen voldoenden waarborg tegen accijnsontduikingen zou bieden. Het genot van uitstel van de betaling van den accijns is daarom door de bepalingen verder afhankelijk gesteld van de verschaffing ten genoegen van den betrokken ontvanger van voldoende zekerheid voor den accijns door het deponeeren van geld, verband van vaste goederen of borgtochtJ), terwijl, teneinde het den lande toekomende zoo noodig op die zekerheid te kunnen verhalen, de kredietgenietende tevens aansprakelijk is gesteld voor het bedrag van den accijns, waarvoor hij in de kredietrekening is aangeslagen.

1) art. 45 O. G., art. 37 O. P., art. 27 O. L.

2) art. 41 „ „ art. 35 „ „ art. 25 „ „

3) art. 34 „ „ art. 16 „ „ art. 10 „ „