is toegevoegd aan uw favorieten.

Advies in zake de reglementeering van de waterschappen der Belawan,- Deli- en Pertjoetrivieren in het cultuurgebied der oostkust van Sumatra

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 7. Eindbeschouwingen.

Thans aan het einde van mijn advies gekomen, wil ik er vooral op wijzen, dat mijn voorstellen niet anders bedoelen dan een, in de gegeven omstandigheden en naar mijn persoonlijke inzichten, meest doelmatige voortzetting van het werk aan het organisatiegebouw der waterschappen in liet Cultuurgebied, waarvan de voor-ontwerpen door de heeren Wellan.en Rutgers in hun Rapport zijn geschetst en welks fundament door de Waterschapsverordening is gelegd. Mijn plan van verderen opbouw had zicli uit den aard der zaak aan fundament en voor-ontwerpen aan te sluiten, zij bet ook met enkele noodig geacbte wijzigingen in verband met elders opgedane ervaringen.

Ware mijn advies vóór de oprichting der proefwaterschappen gevraagd, dus vóór het totstandkomen der Waterschapsverordening, dan zou ik in de eerste plaats hebben aangeraden:

Richt geen waterschappen op, vóórdat op zijn minst de technische plannen in al gemeene lijnen ontworpen en begroot zijn en men das in hoofdtrekhen weet van wellen omvang de technische, administratieve en financieele taak van het waterschap zal worden.

Aldus wordt in Nederland en ook in Pruisen te werk gegaan bij de oprichting van waterschappen. Zelfs wordt in de Pruisische Waterwet van 1913 voorgeschreven, dat het reglement van het op te richten waterschap moet bevatten de aanduiding van het technisch plan en van de eventueel daarin aangebrachte veranderingen.

De technische voorbereiding van de plannen voor een op te richten waterschap geschiedt in Nederland op twee wijzen:

a. van overheidswege en wel door de Provincie, met name door ambtenaren van den Provincialen Waterstaat zooals in Friesland;