is toegevoegd aan uw favorieten.

Zielsverwanten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den morgen werd zij in open kist het kasteel uitgedragen en de opgaande zon roodde nog ééns haar hemelsch gelaat. De begeleidenden drongen rondom de dragers, niemand •wilde vooruit gaan, niemand volgen, elk haar omgeven, elk nog voor het laatst haar tegenwoordigheid genieten. Knapen, mannen en vrouwen, niemand bleef onbewogen. Ontroostbaar waren de meisjes, die hun verlies het meest onmiddellijk gevoelden.

Nanny ontbrak. Men had haar achter gehouden, of liever men had voor haar dag en uur der begrafenis geheim gehouden. Men bewaakte haar bij haar ouders in een kamertje dat op den tuin uitzag. Toen zij echter de klokken hoorde luiden begreep zij maar al te spoedig wat er gebeurde en toen haar oppasseres uit nieuwsgierigheid om den stoet te zien, haar alleen liet, ontsnapte zij door het venster naar een gang, en van daar, omdat zij alle deuren gesloten vond, naar den zolder.

Juist wankelde de stoet den zindelijken, met bladeren bestrooiden weg door het dorp over. Nanny zag haar meesteres duidelijk beneden zich, duidelijker, beter, schooner dan allen die den stoet volgden. Bovenaardsch, als op wolken of golven gedragen, scheen zij haar kameniertje te wenken en deze, verward, wankelend, tuimelend, stortte omlaag.

Uit elkaar stoof de menigte met vreeselijk geschreeuw naar alle kanten. Door het gedrang en tumult waren de dragers genoodzaakt de baar neer te zetten. Het kind lag dicht er bij, het scheen alle ledematen te hebben gebroken. Men hief het op en — toevallig of door bijzondere bestiering — boog men het over het lijk heen, ja, het scheen zelf nog met zijn laatste levenskracht zijn geliefde meesteres te willen bereiken. Nauwelijks echter hadden haar slappe leden Ottilie's gewaad, haar krachtelooze vingers Ottilie's handen aangeraakt, of het meisje sprong op, hief armen en oogen eerst ten hemel, stortte dan op haar knieën voor de kist neer en staarde in vrome verrukking opwaarts naar haar meesteres.