Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1377.

612. P. L. A. Collard. De actio Pauliana. — Utrecht 1880. Aangek, door mr. N. F. van Nooten; Them. 1881, 118.

613. A. Modderman Szn. Werking der actio Pauliana ten opzichte van een door derden verkregen hypotheekrecht.

— Ac. Pr. Groningen 1886.

614. Beschouwingen over benadeeling van schuldeischers of rechthebbenden.

— P. v. J. 1886, 37.

615. A. F. van Leyden. Aard en strekking der actio Pauliana. — Ac. Pr. Amsterdam 1887. Beoord. door mr. Molengraaff, R. M. VI, 619.

616. N. A. L. Land. De actio Pauliana en hare historische ontwikkeling. — Ac. Pr. Groningen 1896.

617. Mr. H. S. Eenige opmerkingen over de actio Pauliana (art. 1337 B. W.).

— W. v. N. R. 1388.

618. Mr. C. Asser. De voorgestelde wijziging der Pauliana in ons Burgerlijk Wetboek. — W. 6544.

619. W. Tabingh Suermondt. De voorgestelde wijziging van art. 1377 B. W.

— Ac. Pr. Leiden 1894.

620. Mr. H. v. d. S. De beteekenis van het woord „schuldeischers" in art 1377 B. W. — W. v. N. R. 871.

621. Onder schuldeischer verstaat de wet ieder, die krachtens een persoonlijke verbintenis een zekere praestatie heeft te vorderen. Het is onverschillig of degene, die de Pauliana instelt reeds schuldeischer was, toen de gewraakte handeling werd gepleegd, mits hij slechts

is belanghebbend en de handeling toen plaats had in fraudem creditorum. — H. R. 14 April 1881, concl. conf.; W. 4635; N. R. B. 1882, B. 189; R. W. v. N. 415; v. d. H., B. R. XLVI, 253.

622. Onder schuldeischer is in dit artikel te verstaan ieder, die krachtens een verbintenis aanspraak heeft op eenige praestatie. — Rechtb. Rotterdam 19 April 1886; W. 5336; R. W. v. N. 572; N. R. B. 1886, D. 121; P. v. J. 1886, Bijbl. 34.

623. De toewijzing der Pauliana heeft ten gevolge, dat de lasten en hypotheken na de bedriegelijk tot stand gekomen vervreemding, op het goed gelegd, komen te vervallen. — Rechtb. Groningen 2 Juli 1880: W. 4626; R. W. v. N. 413.

624. De actio Pauliana is een actio rescissoria, die een koop en verkoop vernietigt ex tune. Zij werkt dus ook tegen derden, die na overschrij ving van het in fraudem creditorum vervreemd goed daarop te goeder trouw hypotheek hebben verkregen. Indien het goed tijdens den verkoop reeds was bezwaard met een hypotheek en deze werd afgelost met de gelden na de overschrij ving op hypotheek geschoten, dan wordt de laatste hypotheek door de vernietiging van den koop alleen in zoover getroffen, als zij de eerste in hoofdsom te boven gaat. — Hof Leeuwarden 20 December 1882; W. 4862; R. W. v. N. 464; N. R. B. 1882, B. 272. Bevestigd door het volgende arrest H. R.

625. De vernietiging van een verkoop op grond van dit artikel werkt ex tune en treft bijgevolg ook de hypotheken, door den kooper op het gekochte gevestigd. — H. R. 28 Maart 1884; W. 5019; R. W. v. N. 497; N. R. B. 1885, D. 88; v. d. H., B. R. XLIX, 285.

Sluiten