Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekocht, is door deze omschrijving voldoende het gebrek omschreven, om daaruit den rechter te doen beslissen, hetzij uit zich zelf, hetzij na voorlichting van deskundigen, of aan den eischer de actie van dit artikel toekomt. — Rechtb. Leeuwarden 8 December 1898; P. v. J. 1899, 5.

1723. Uit de terminologie van dit artikel en art. 1540 B. W., zoomede uit het beginsel in art. 1496 B. W. nedergelegd, volgt, dat de kiem van het verborgen gebrek reeds tijdens het sluiten der koopovereenkomst moet bestaan hebben, iets wat dus ook bij de dagvaarding behoort te worden gesteld. — Rechtb. Amsterdam 31 Mei 1901; W. 7699 ; P. v. J. 1901, 84; Mb. Dw. XVII, 8; Not. W. 126.

1724. Een verborgen gebrek is dat, hetwelk alleen bij langer gebruik en door een deskundig onderzoek kan worden ontdekt. — H. R. 7 November 1879; W. 4441; v. d. H., B. R. XLIV, 1649, 296; N. R. B. 1880, 79.

1725. Als verborgen gebreken kunnen 'niet worden gequalificeerd alle gebreken, die niet zijn bespeurd, maar alleen die gebreken, welke slechts bij langer gebruik en door een deskundig onderzoek kunnen worden ontdekt. — Rechtb. Zwolle 19 April 1882; P. v. J. 1882, 17.

17 26. De actie, gegrond op dit artikel kan niet worden ingesteld tot het verkrijgen van vrijwaring voor al hetgeen de eischer aan den lateren kooper ter zake van het verborgen gebrek zal hebben te betalen. — Rechtb Leeuwarden 7 April 1892; W. 6342.

1727. De vrijwaring, in dit artikel bedoeld, strekt niet om den kooper te vrijwaren tegen actiën van latere koopers.

— Rechtb. Groningen 26 Juni 1903; W. 7998; W. v. N. R. 1790; Not. W. 232.

1728. De verkoopers zijn wel jegens de koopers verplicht tot " vrijwaring wegens verborgen gebreken, maar rdeze vrijwaring strekt zich niet uit tot vroegere verkoopers. — Rechtb. Heerenveen 6 November 1903; P. v. J. 1904, 333.

1729. De verkooper moet geacht worden met het bestaan van het verborgen gebrek der verkochte zaak bekend te zijn van het oogenblik, dat hem dit door den kooper gerechtelijk is aangezegd; zoodanige aanzegging door middel der dagvaarding is voldoende. — H. R. 1 Juni 1882, concl. conf.; W. 4919; N. R. CXXXIV, 136.

1730. De kooper, die bij het tot stand komen van een koop door den verkooper met het bestaan van een verborgen gebrek is bekend gemaakt, onder bijvoeging, dat dit slechts in zoo geringe mate aanwezig is, dat het in het gebruik niet hindert, kan later geene actio redhibitoria instellen, op grond dat het gebrek gebleken is, in zoo hevige mate te bestaan, dat^ het goed voor het gebruik geheel ongeschikt is. — Hof Leeuwarden 12 April 1893; P. v. J. 1893, 741, met bevestiging Rechtb. Groningen 28 October 1892; W. 6437; P. v. J. 1892, 96.

1731. Als een kooper bekend was met het verborgen gebrek, waaraan een paard tijdens den verkoop leed en hij het toch kocht dan heeft hij daardoor de kwade kansen, uit het gebrek ontstaande, vrijwillig op zich genomen en behoeft de verkooper] hem niet te vrijwaren tegen de gevolgen dier zelf gewilde daad. — Hof 's-Hertogenbosch 29rNovember 1898; W. 7241.

Sluiten