is toegevoegd aan uw favorieten.

De welsprekendheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nigen beide in zich. En 1 Cor. 13 is een monument van Paulus' welsprekendheid, maar tevens een lied, een hymne op de liefde. Maar langzamerhand zijn welsprekendheid en poëzie uiteengegaan. De welsprekendheid is zelfstandig geworden, en heeft zich steeds verder van de dichtkunst verwijderd. Bij de Westersehe volken spreekt het verstand ook veel sterker dan de verbeelding. Wij leven niet meer in het concrete, maar in het abstracte. Reflectie heerseht over de intuïtie. Wij verlangen „meer waarheid dan fraaiheid, meer gezond verstand dan woordenpraal, meer wijsheid dan sieraad". Wij komen steeds verder af te staan van het tijdperk der volkspoëzie. Zelfs de naïviteit der Middeleeuwen is onherroepelijk voor ons voorbij.

En toch blijven welsprekendheid en dichtkunst elkander verwant. Ze zijn van ééne familie. Z\j bestaan elkander in den bloede. En die verwantschap spreekt zich uit in de aan beide gemeenschappelijke schildering, in het levendige en aanschouwelijke der voorstelling, in het gebruik van beeld en figuur, in de aan beide eigene gave „de faire voir les objets". De redenaar moet ons te aanschouwen geven wat hij zegt. De rede is een betoog, maar zij is tevens een tooneel, een schouwspel. Zy beschrijft b.v. niet alleen in dogmatische termen wat de zonde is. Maar zy laat ons haar zien in haar ontzettende