is toegevoegd aan uw favorieten.

Gereformeerde beschouwing over schriftgezag

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Edoch, daartegen kan men eveneens tal van bezwaren opperen. Want indien 't er zoo mee stond, zou 't Schriftgezag toch wel heel wisselvallig zijn, daar 't met de gestalten van 't nieuwe leven en de vruchten der heiligmaking dikwijls treurig bij ons gesteld is, — reden, waarom ook de Hervormers nooit in de bevinding den grond van hun geloof gezocht hebben!

Voorts zou men dan eerst moeten omschrijven, wat bovennatuurlijke ervaringen zijn en hoe zal men daarvoor (buiten de Schrift om) een maatstaf vinden?

En eindelijk verkrijgt men dusdoende in geen geval rechtstreeksche zekerheid, want de erkentenis van 't gezag hangt bij deze opvatting af van 'n tamelijkingewikkelde, verstandelijke gevolgtrekking, die bij deze en gene nog al uiteenloopen zal en door sommigen misschien niet eens aanvaard wordt1).

Daarom, 't getuigenis des Geestes kan óók niet bestaan in 'n bewijs van de Goddelijkheid der Schrift, dat op allerlei religieuze bevindingen gebaseerd zou zijn. Integendeel het moet, wijl al die bevindingen op een of andere wijze door Gods Woord gewerkt worden, aan haar steeds (althans logisch8)) voorafgaan.

Maar — zoo zal men zeggen — als 't Geestes-

*) cl Dee a. w. bl. 123—126; V. Hepp, Het Testimonium Spiritus Sancti, iste deel, Kampen 1014 (Dissertatie), bl. 183 vgg. s) Voor ons verstandelijk denken en redeneeren.