Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vr. sub 5. De christelijke gemeente mag niet verzuimen Joden individueel te overtuigen, dat in Jezus Christus hun Messias gekomen is, maar mag anderzijds de bekeerde Joden niet los maken uit het volks- en rasverband.

Integendeel hebben de Christenen uit de Joden de roeping zich als joodschchristelijke gemeente te organiseeren en als zoodanig 't zendingswerk onder hun volk ter hand te nemen.

De leus zij: dóór (bekeerde) Joden en Joden-kerk tot het (nog onbekeerde) Jodendom.

xxvn.

Dr. H. C. SCHAMHARDT, RECTOR VAN HET CHR. LYCEUM, ZEIST.

1. Met groot leedwezen en diep medelijden moeten wij constateeren, dat het volk der Joden nog altijd den Messias, die gekomen is, verwerpt. Wij moeten tegenover hen met medelijden staan, daar zij toch altijd zijn het door God uitverkoren volk, waaruit de Zaligmaker geboren is; dat echter verblind is en nog altijd niet zien wil, dat deze geen uitwendig koninkrijk zal stichten, maar gekomen is om de zonden des volks te dragen -(Zie Jes. 53).

2. Op grond van Gods Woord mogen wij verwachtingen koesteren voor de toekomst van het joodsche volk: „En alsdan zal geheel Israël zalig worden." Dus zoowel zij, die voortkomen uit de Joden, als degenen, die voortkomen uit de „heidenen" en door hun Christen zijn tot het geestelijk Israël behooren. Ik meen echter, dat deze dingen geestelijk moeten worden opgevat en wij niet moeten verwachten een herstel van het aardsche rijk van Israël.

3. Evenals tegenover elk ander volk, heeft de Gemeente ook een taak tegenover de Joden: „Predikt het Evangelie aan alle creaturen!"

4. Die taak is al vervat in de onder 3 aangehaalde woorden.

5. Door te laten zien, dat wij een grooter geestelijk bezit hebben en door prediking en leven het Evangelie tot hen te brengen. Te trachten hen te overtuigen, dat Jezus Christus ook voor hen niet is een vloekwaardig mensch, die de oude geboden overtrad, maar integendeel de eenige, ware vervulling van Gods beloften; de eenige, die ooit in staat was Gods gebod volkomen te houden.

Sluiten