Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Was córrespondeerend Secretaris-assistent van de Vereeniging en zorgde voor de huishouding van Mevr. Blavatsky, die, zooals men weet, córrespondeerend Secretaris was der Vereeniging. De twee dames hadden dus zeer innige relafies. Mevr. Coulomb — aldus Annie Besant l.c. bl. 41 — „was eene Spiritiste van den meest geprononceerden aard; gaf zich over aan het beoefenen van zwarte Magie, zoodat men geloofde dat zij bezeten was."

Gegeven nu de „kenmerkende zorgeloosheid" van Mevr. Blavatsky „die de zorg voor hare kamers geheel aan Mevr. Coulomb overliet" (aldus wederom Annie Besant l.c.) en de »jj$fepenheid en geldzucht" van deze laatste, kan men nagaan, dat er spaanders zullen vliegen, wanneer deze twee dames gaan bakkeleien.

En dit laatste zou niet zoo heel lang op zich laten wachten.

De Theosophische Vereeniging bloeide steeds meer, ten gevolge der „verschijnselen" der „Thibetaansche Meesters" en sedert de overplaatsing naar Adyar, vooral ook wegens de „shrine" de heilige kast.

Mevr. Blavatsky had reeds spoedig na hare aankomst te Madras (Adyar) een nieuwe, kamer voor geheime kunsten aan de hare laten bouwen tegen den Westkant. Die westkant nu had twee ramen; het zuidelijke raam werd veranderd in een deur, welke Mevr. Blavatsky's slaap- en zitkamer verbond met de nieuwe, de „geheime kamer" (the occult room) geheeten. Het andere raam, het Noordelijke, werd dicht gemetseld aan de zijde der geheime kamer met een dun muurtje, aldus in Mevr. Blavatsky 's slaapkamer nog ongeveer een breedte van ruim 30 c.M. van het vroegere kozijn vrij latend. Een gedeelte der geheime kamer was door een gordijn afgesloten en vormde aldus een kleine kamer voor de „Shrine." Deze bestond uit een gewone houten kast, aan een paar dikke ijzerdraden tegen het muurtje, waar vroeger het Noordelijk raam geweest was, opgehangen. In deze kast hing een portret van den Mahatma Koot Hoemi. Van tijd tot tijd werden de deuren der kast voor theosofen geopend. De Hindoes bogen dan diep en offerden wierook. Ze legden hunne beden geschreven in de „heilige kast" Dan werden de deuren geiloten en bij heropening vonden ze het antwoord van den Meester. Eens vond kolonel Oleott in de

Sluiten