Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de man behoudt het schoonste van de jeugd: die geestdrift voor wat edel is en goed; dat open oog voor de waarheid, hoe zij zich ook openbare. Treffend bezong Victor Hugo eens het voorrecht van hen, die een oor hebben „pour ce qu'on entend sur les montagnes". Neander had een geopend oor voor wat op Sinaï's top werd geopenbaard, en hij durfde er naar te hooren, daar hij heilbegeerig naar het Evangelie van Golgotha luisterde. Zóó man geworden, moest hij de akademische jongelingschap, indien zij hem maar intiemer kennen leerde, boeien door zijn woord, door zijn geest.

Toen Neander te Berlijn optrad, delfde de belager van het duitsche vaderland zich zelf een graf in het onbedwingbare Rusland. De stad aan de Spree was het brandend middenpunt der vrijheidsbeweging. De ochtendstond van een nieuw volksleven brak aan. Neander bad en werkte of de zon der gerechtigheid helder stralen mocht over Kerk en Hoogeschool. 't Was een tijd lang zijn wensch, als goed patriot met zoo talrijk velen der akademische jongelingschap, de wapenen aan-te-gorden en te strijden voor de onafhankelijkheid van het groote duitsche vaderland. Maar die vurige geest droeg een zwak lichaam met zich om: Neander kon niet wat hij wilde. Duizenden zag hij dienst nemen onder den grijzen Blücher, maarschalk „Voorwaarts" — hij moest blijven. Maar „voorwaarts" was toch ook zijne leuze, zij 'tdan op een ander gebied, op 't gebied der christelijke Godgeleerdheid. En aan dat „voorwaarts" bleef hij getrouw, rustig en moedig den weg, hém voorgelegd, loopende. Acht-en-dertig jaren professeerde hij onafgebroken te Berlijn. Meer dan eens kwam

Sluiten