is toegevoegd aan je favorieten.

Het reorganisatie-ontwerp van "Kerkopbouw" beoordeeld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer wij thans overgaan tot onze critiek op het Reorganisatie-Rapport van Kerkopbouw.

Noodzakelijk zal het zijn om te beginnen met het begin, d.w.z. met art. 1 en 2 van het Ontwerp. Men vindt ze boven reeds afgedrukt. Ze bevatten een omschrijving van het wezen en doel der Kerk (art. 1: de Nederlandsche Hervormde Kerk, als deel van de Eene Algemeene Christelijke Kerk, gebouwd op Jezus Christus als eenig fundament, heeft tot doel, in aansluiting aan hare historische belijdenis, het Woord Gods te verkondigen) en van de middelen, waarmede dit doel (de verkondiging van het Woord Gods) moet worden bevorderd (art. 2).

Schijnbaar ligt er iets bekoorlijks in, dat dit Ontwerp begint met zulk een beginselverklaring. Al te nuchter en al te zakelijk schijnt daartegenover de inzet van het huidige Algemeen Reglement te zijn: „De Nederlandsche Hervormde Kerk bestaat uit al de Hervormde gemeenten in het Koninkrijk der Nederlanden, Waalsche, Presbyteriaansch-Engelsche en Schotsche, zoowel als Nederduitsche". Zoo werd het ook overgenomen door de samenstellers van het Ontwerp 1929. Steekt hiertegen de inzet van het nieuwe Ontwerp niet gunstig af? Art. 1 is hier geen dorre verklaring, dat er een Kerk is, die bestaat uit, enz., maar een klaroenstoot, die een krachtig getuigenis aflegt omtrent wezen en doel der Kerk.

Toch heeft ons Hoofdbestuur ernstige bezwaren. Ten eerste wil het hem toeschijnen, dat een dergelijke beginselverklaring in een Kerk-orde oorspronkelijk niet thuis hoort. De Kerk behoort te bezitten een Belijdenis èn een Kerkorde. Het één mag niet overgrijpen in het ander. Daarom mag een Kerk-orde de Belijdenis niet formuleeren; ze behoort alleen bij de omschrijving van de taak der ambtsdragers en bij de regeling van de leertucht naar de Belijdenis te verwijzen.

Aldus beschouwd ligt er in het huidige Algemeen Reglement op dit punt een juist beginsel. Er is een Nederlandsche Hervormde Kerk. Daarvan gaat men uit. Het wezen van die Kerk, welke is, kan men leeren kennen uit de Belijdenis der Kerk. En in art. 11 van het bestaande Alg. Reglement is althans dit goede, dat daarin naast allerlei andere zorg ook