Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alzoo afgesneden. Nimmer toch is de wil van onzen Koning in de hemelen een onverschillige wil. Er ligt altijd een eisch voor ons in. En niet de

krijgsknecht die zijn schild en zwaard wegwerpt en onder den vijgeboom

sluimeren gaat, is gehoorzaam, maar hij alleen die den wil zijns Heeren

volbrengt. ,

Eenmaal in het ambt bevestigd, is een ambtsdrager in Jezus ^crlv alzoo gthouden dit zijn ambt voor de eere van zijn Koning te blijven bedienen, zoolang die Koning der Kerk zelf hem niet ontslaat, legen zijn Koning in kan' nooit het ambt op last der Kerken, maar desnoods wel, tegen die Kerken in op last van zijn Koning worden bediend. En hoe ook het oordeel van de Kerken over zijn bediening zij, hij valt zoo die Koning hem oordeelt, maar ook hij staat zoolang zijn Koning hem houdt.

Daar nu ook wij allen in den geordenden weg in het ambt bevestigd zijn onder de plechtige verklaring, van in onze conscientie te gevoelen, dat we wettelijk niet slechts door menschelijke keus, maar veel meer nog van Gods wege in dit ambt geroepen waren, — zoo staan we in ons ambt aan tiveeërlci: én aan menschelijk oordeel én aan het oordeel van onzen Koning, onderworpen, en in abstracto kan elk dezer beiden wettiglijk uit dat ambt ontzetten.

Werpt onze Koning ons om onze ontrouw uit, dan zijn we ontzet, ook al laat de Kerkelijke rechtbank op aarde ons in onze bediening. De Koning der Kerk neemt dan ambtelijk zijn Heiligen Geest van ons weg en we staan krac 1teloos en ontwapend. Ook kan het zijn, dat een Kerkelijke rechtban v onze schuld aan zulk een overtreding en ontrouw bewijst, dat haar vonnis ons neerslaat in de conscientie en verschrikt uit de bediening doet wegvluchten. Maar evenzeer is het derde geval denkbaar, dat namelijk juist eene poging om aan de ontrouw in onze ambtsbediening een einde te maken, derT toorn der Kerkelijke rechtbanken opwekt en haar onze ontzetting doet aangrijpen als middel, om aan den Koning der Kerk de mogelijkheid te ontnemen, dat Hij het door Hem ingestelde ambt trouw late bedienen En m zulk een 'geval nu, kan uiteraard het ambt niet bezwijken voor menschelijke vernietiging, maar staat het, wat ook menschen er aan wrikken, onwrikbaar door den wille Gods.

& 7. Voor ons, in onze moeielijkheden, komt het er dus slechts op aan, dat wij, een iegelijk voor ons zeiven, onderzoeken of wij, in vergelijking met onze ambtsbroeders in andere steden of dorpen, op zulk een verregaande wijze de trouw aan onzen Koning verzaakt hebben, dat, op ons, in onderscheiding van deze anderen, het ambtelijk doodvonnis in naam van onzen Koning behoorde te worden toegepast. Het komt er voor ons op aan, te wéten of de overtreding en het misdrijf dat men als beweegreden tot ontzetting tegen ons aanvoert, van zulk een aard is, dat onze ontrouw tegenover onzen Koning hierdoor met zwarte schad uwe komt af te steken bij de trouw, waarmee onze ambtsbroederen Hem dienden. Alles hangt er voor ons aan, om het tot geestelijke doorzichtigheid te brengen, of de Synodale rechtbank, die allerlei overtreding en verloochening en ontrouw als één breeden stroom van zonde ongehinderd in de bedding onzer Kerken liet voortvlieten, in óns bij uitzondering nu zulk een gruwelijk stuk van ontrouw in onze ambtsbediening ontdekt heeft, dat waar alle anderen in eere bleven, wij als verregaande trouweloozen,

ijlings moesten worden ontzet.

Alzoo, en niet anders moet de vraag naar de geldigheid van onze ontzetting voor onze conscientiën te staan komen. Vroeg men toch in het algemeen, of wij én persoonlijk én gezamenlijk ons niet van al zulke over-

Sluiten