is toegevoegd aan uw favorieten.

Voorstel-Bavinck en voorstel-Bos, met elkander vergeleken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stige karakter, dat het beding heeft voor God en voor de Kerken. Dit mag immers volgens al de Hoogleeraren der School slechts opgegeven worden, „als de gezamenlijke Kerken zoo goed als eenparig besloten, om de School op te heffen" . . .?

En bovendien: herinnerde Dr. Bavinck laatst in de „Bazuin" no. 25 niet terecht, dat „de opleidingskwestie „door het vrijwillig aangegaan akkoord eene zedelijke „kwestie geworden is, die niet met meerderheid van „stemmen mag uitgemaakt worden, maar wier oplossing „alleen in den weg van overtuiging en vertrouwen te „vinden is?"

Zoo is 't. Welnu, men drijve dan niet onzinnig op eene vervroegde Generale Synode heen, zonder dat de Kerken weten wat zij willen. Dat zou onverantwoord voor God zijn en leiden tot nog grooter verwarring en onrust! Want men bedenke het wel, indien 't slechts te doen ware om een voorstel in den zin van dat van Dr. Bavinck door te drijven — dan zou dit zeer zeker bedenkelijke uitwerking in de Kerken kunnen hebben. Maar als dan de vraag werd gesteld: Aan wie de schuld ? Dan zouden wij nog met Ds. A. Littooy van '93 antwoorden: „Natuurlijk zetten zij de geschiedenis voort, „die op den bodem der bedingen staan blijven, terwijl ,.zij, die ze terzijde stellen, zich daardoor los maken „van hetgeen door de Gereformeerde Kerken bij de ver„eeniging is aanvaard."

Daarom, wil men een Synode, men bereide haar kalm en zonder drijven voor.

En vooral de jongere Broederen, die den strijd der vereeniging van 1888 tot 1892 niet mede hebben doorieefd, komen eens tot ernstige studie van hetgeen beloofd en overeengekomen is niet alleen, maar overpeinzen ook tevens met heiligen zin, het door de Broeders Bavinck, Kuyper Sr. en anderen gezegde:

„Immers, alleen zulk eene inrichting kan tegelijk aan „de behoeften der geïnstitueerde Kerken èn aan den eisch