is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweede bundel gewigtvolle brieven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesproken, clan zou hij mogelijk niet van dien zegen voor mij zijn geweest, gelijk het nu was met het trededeelen van zijne klagten, dit heb ik menigmaal ondervonden, dat ik somtijds wonderlijk bemoedigd werd door haiteklagten van oud? beproefde vromen, en of men al roept in onze dagen: „het is met geen klagen te doen, men moet roemen en 's Heeren lof vermelden enz.,'' hierin is toch wat wonderlijks dat de grootste en regte klagers tevens de grootste roemers zijn; maar dit vatten velen niet, en toch is het zoo; raadpleeg u zelve maar eens, wanneer er na uwe jammerklagten over uwen ellendigen toestand, eens een lichtstraal van eenige hoop door den H. 'leest in uwe ziel ontvlamt, dat zich de hoop opdoet, dat de Heere Zijn genadeoog op u geslagen heeft zinkt gij dan niet oogenblikkelijk in 't stof, als eene arme, nietige, onwaardige zondares, voor God neder? Kunt gij uwe ziel dan wel voldoen in het diep en laag bukken voor den hoogen God? Is dan uwe taal niet: zou op zulk een hellewicht, op zulk een vloekwaardige, vijandige, walgelijke en onreine ellendeling, de Heere een oog van ontferming geslagen hebben? O «onder van ontferming! o wonder van genade! o wonderlijke liefde! en gij zult het wel verstaan, dit is nu roemen, dat is de taal van al de heiligen in den Bijbel en van al de oude vromen.

Ik denk nu aangaande u, dat gij zoo al klagende van tijd tot tijd, al meer en meer naar den grond zinkt en uw gebouw zoo al gaandeweg wordt afgebroken; leert gij het soms al niet meer verstaan, hetwelk mijn spreekwoord dikwijls is: dat afbreken, bouwen is; ik heb u wel eens ge - :