Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over den ingang, die ze zichzelven zoo vast hadden voorgesteld: diegene zeg ik, die eene belijdenis hebben gehad, duivelen uitgeworpen en vele wonderwerken gedaan, van deze soort zijn die velen in mijnen tekst.

■ Want velen, enz.

Konden wij de belijders van dezen tijd slechté hunne gedaante, met het eeuwigdurend woord van God vergelijken, zoo zou deze leering meer ingangvinden bij de kinderen der menschen. Hoe weinig onder velen, ja onder eenen geheelen zwerm van uiterlijke belijders worden er gevonden, die lust hebben om met eene teedere conscientie voor God te wandelen in deze wereld, en om zijne eer en heerlijkheid te betrachten onder de kinderen der menschen. Hoe weinigen zeg ik, zijn er, die de eere zijns naams nader aan het harte ligt, als hunne eigene vleeschelijke belangen.

Ja, zijn er niet eene menigte, die Gods woord, naam en wegen, als eene brug gebruiken voor hunne eigene wereldsche voordeelen? God roept tot geloof eene goede conscientie, gematigdheid, zelfverloochening, ootmoedigheid, hemelsch gezindheid, liefde tot de heiligen, ja zelfs tot de vijanden; met één woord tot eene overeenkomst in het hart, woord en wandel, naar en volgens zijnen wil. Maar waar is het? Mare. 11: 22. 1 Petr. 8: 16. Hebr. 13: 5. Filipp. 4: 5. Matth. lü: 37-39. Coll. 3:1-4. Mich. 6 : 8. Openb. 2 : 10. Joh. 15 :17. 1 Joh. 4 :21. Matth. 5: 44. Spr. 23: 26. Coll. 4: 6.

Want velen zeg Ik u.

Dit laatste woord levert ons op, dubbele redeii

Sluiten