is toegevoegd aan uw favorieten.

Paedagogische beginselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dichtst bij en het verst af gelegene zijn successief aan het begin en in het centrum van het onderwijs geplaatst*).

Er bestaat weinig kans, dat de moderne paedagogiek hierover tot eenstemmigheid zal geraken, zoolang zij in het kind den maatstaf van de opvoeding blijft zien. De sophistiek in Socrates' dagen verklaarde den mensch tot maatstaf van alle dingen, maar offerde daardoor alle objectieve waarheid aan de willekeurige inzichten en wisselende meeningen der menschen op. Evenzoo leidt hei utilisme, deze „rekenkunst van het geluk", vanzelf tot de loochening van alle objectieve zede-wet, en tot de consequentie, dat elk zijn eigen geluk moet zoeken. Want wat voor mij nuttig is en mij gelukkig maakt, kan ik alleen beoordeelen. Wie geeft een ander het recht, om dat voor mij te bepalen? Op dezelfde wijze gaat geheel de objectieve waarde van de onderwijsvakken te loor, als het kind maatstaf der opvoeding wordt. Elk ouder, elk onderwijzer bepaalt dan het onderwijs voor het kind, gelijk hem dat goed dunkt. Zuiver individualisme en egoïsme is altijd de consequentie van het utilisme. Als de dingen, in dit geval, de vakken van het onderwijs hunne innerlijke, objectieve waarde verliezen, bepaalt ieder voor zijn kind eigenmachtig, wat er nuttig en noodig voor is. En als een of andere vader dan meent, dat oefening des lichaams beter is voor het kind dan vorming van den geest, dat spierkracht de voorkeur verdient boven ontwikkeling van de hersens, "dat boksen nuttiger is dan lezen en schrijven, dat brutaliteit verder brengen zal dan ootmoed en bescheidenheid, dan staat elk, die het utilistisch standpunt inneemt, tegenover zulk een vader machteloos. Het utilisme maakt ieder mensch autonoom.

37. Het Christendom neemt een principiëel ander, tegenovergesteld standpunt in, en is alleen in staat, om aan de paedagogiek een anderen, vasten grondslag te schenken. Wel is waar hebben Socrates, Plato, Aristoteles tegenover het subjectivisme der sophistiek in de ideeën vastigheid gezocht, maar die ideeën-wereld

G. K. Barth, Der Begriff Konzenstration in der Unterrichtslehre in historischer und systematischer Darstellung. Borna, Noske 1895. Willmann, Didaktik3 II 203 v. Art. in Roloff's Lex. der Padag. III 37 v. Dr. J. H. Gunning Wz., in zijn boekje over Dr. Maria Montessori zegt ervan bl. 50: Verstandig opgevat en toegepast is Concentratie een heel gezond denkbeeld en eigenlijk een vanzelfheid. Zoodra het echter een dogma wordt of ook maar een gekunstelde opzettelijkheid, werkt het bijna onfeilbaar verkeerd.