Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zijn beelden. Hij was groot als taalkunstenaar, en het was een taal, die door haar meesterschap meesleepte.

Zijn verbeeldingskracht was zijn zwakke zijde, omdat zij hem menigmaal concrete kennis als iets minderwaardigs deed versmaden. Zijn fantasie heeft dikwijls een hooge vlucht genomen, en omtrent feiten en wetsbepalingen maakte hij de zonderlingste vergissingen.

Zijn groote qualiteiten maakten hem bij uitstek geschikt voor den arbeid, dien hij dan ook heeft volbracht: de geestelijke organisatie der anti-revolutionaire partij en het doorzetten van de verdere erkenning van het bijzonder onderwijs vanwege de overheid.

De triomf in dezen strijd heeft hij behaald door middel van de christelijke coalitie. Hij was in 1901 als de geestelijke leider aangewezen voor de formatie van een Kabinet.

Toen kwamen zijn zwakke kanten in het licht. Met dezelfde genialiteit die hij getoond had in de leiding van zijn partij, verdedigde hij in de beraadslagingen het karakter van zijn Kabinet. Wie aan groote mannen in de liberale oppositie op hem werden afgezonden om hem neer te leggen, hun was hij in den worstelstrijd verre de baas. Het was niet eens worstelen te noemen. Geen wonder! Zij miskenden wat er juist was in zijn stellingen en juist dat completeerde hunne minderheid.

Een lust was het ook, hem zijn begrooting van Binnenlandsche Zaken te hooren verdedigen. Zonder één stuk in te zien, hield hij op elk onderdeel althans een causerie, waarvan het aanhooren een genot was.

Als wetgevend leider echter heeft hij de eischen, aan een staatsman te stellen, niet bevredigd. Hier was hij nonchalant. Omdat hij dit werk niet verstond, deed hij alsof het beneden zijn waardigheid was. Daarbij kwam dan nog, dat zijn ijdelheid, toen hij eenmaal in de wereldsche sfeer was verzeild geraakt, hem parten speelde, toen hij zich waagde aan de leiding der diplomatie over het departement van Buitenlandsche Zaken heen

Nu zij, voor wie Kuyper een profeet is geweest, omdat hij hen tot nieuw leven wist te wekken, hem moesten missen, zouden zij de nagedachtenis van den ouden, den besten Kuyper, niet beter kunnen eeren, dan door zich van de afdwaling rekenschap te geven en te trachten, den ouden grondslag weer terug te vinden. Dat zal tot hun herstel meer bijdragen dan het millioenfonds, dat zij in eenige maanden verzameld zullen hebben. Aan het geld ligt het niet.

M.(ARCHANT).

Sluiten