is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over het onvermogen der menschlyke krachten in zaken, het eeuwige leven betreffende.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Predicatie. ïoj

aarde verrotten, dan, wanneer hy het gebod van God zoude hebben overtreeden, zoude hy de dood fterven. Adam gevoelde ook wel, dat het geeftlyk leven en de vreugde in God niet meer in hem was, daarom vreesde hy voor Gods ftem. Johannes de Dooper in't 3. Cap. van Joh. zegt: die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien: maar de toorn Gods blyft op hem. En de Heere Chriftus zegt Joh. 6.: Voorwaar , voorwaar, zegge ik u lieden, 't en zy dat gy bet vleefch des Zoons des menfchen eetet, enzyn bloed drinket, zo hebt gy geen leven in [u zeiven. Joh. 5. zegt ook de Heere Chriftus: Foorwaar, voorwaar zegge ik u, die myn woord hoort, en gelooft hem die my gezonden beeft, die heeft het eeuwig leven en komt niet in de verdoemenisfe: maar is uit den dood overgegaan in 't leven. Des moet immers de menfch, voor het geloof, in den dood geweeft zyn.

Vandaar zien wy ook, dat de Propheeten het eeuwig leven alleen in Jefus Chriftus beloofd hebben. Pf. 22. zegt de Geeft van God: de Zachtmoedigen zullen eeten en verzadigd worden, zy zullen den Heere pryzen, die hem zoeken-, u lieder harte zal in eeuwigheid leven, Pf. 69. De zachtmoedige, dit gezien hebbende, zullen zich verblyden: en gy die God zoekt, u Utder harte zal leeven. Ook fpreekt de Heere Chriftus by den Propheet Jefaias Cap. 55. Hooret aandagtiglyk naar my, en eetet het goede , ende laat uwe Ziele in vettigheid zich verluften. Neigt uw' ooren, en komt tot my, boort , en uwe Ziele zal leven: G 5 Want