is toegevoegd aan je favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

BOEK

lil. HOOFDST.

J, voor C

125. T, van R

627.

326 ROMEINSCHE

Gezantfchap met rijké gefchenkeri aan scipio in het beleg van Numantia gezonden : en fchoon het toen reeds een gewoonte fchier geworden was , dat de • Veldheeren dergelijke gefchenken voor zich zeiven behielden, had hij dezelven niet willen aannemen, dan voor het oog des ganfchen heirs , onder welks dapperfte manfchap hij ze allen edelmoedig had laten verdeelen ( 1). Zoo had men ook reeds meermaalen door bondgenooten zoowel, als vijanden , onderfcheidingen zien maaken voor jonge krijgsluiden r van wien men iet groots verwachtede , boven hunne Veldheeren zelve, van wien men zich minderen dienst of goede trouw beloofde, waarvan tiberius gracchus voor Numantia nog laatst (2), gelijk dezelfde scipio een weinig vroeger voor Carthago, ten voorbeeld had geftrekt (3). Die zelfde aanduiding van de groote verwachting, welke micipsa

al-

(1) Epit. hvii L. LVII. Cic. pro deïot. :. 7. Freinsh. Suppll. li vu L. LVil. c 3$.

Seqq.

(2) Zie boven bl 116".

(3) Zie D. X. bl. 450. en volg.