is toegevoegd aan uw favorieten.

Handbijbel voor lijdenden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4*6 [3452 P/S A L M XXXV: 10..' 345-

ƒ?? drang van vijanden-,

P . S A L M XXXV: io.

Heer, wie is U gelijk! die gij den ellendigen redt, van dien die fterker is dan hij, en den ellendigen en nooddruftigen van zijnen ieroover.

Als geweldenaars mij haten;

Tijrannij mij vinnig knelt; Sterken mijne ziel vervolgen,

Schalke list mij fart en kwelt: Zou 'k dan tfagen? neen, hij leeft noch,

Die een David heeft gered, Die hem hielp uit doodsgevaren;

Hoedde voor des boozen net. Wat onmogelijk moog fchijnen ,

Doet hij gaerne, valt hem licht, Hoe mijn vijand lastre, fchelde;

Tegen mij zijn pylen richt, 'k Heb 'er een aan mijne zijde,

Die met al hun pogen lacht, Die zijn eer ftelt in het helpen,

Van den zwakken, door zijn kracht.

346.