is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

452 VERKLAARING van het

de daad, als den jehovah, betoond; waarom wij leezen, dat Hij tot moses zeide, Exod. VI: 2, Ik ben Abraham , Ifaac en Jacob verfcheenen, ah God de Almagtige; doch met mijnen naam heere ben ik hun niet bekend geweest. Maar, wanneer Hij nu zijne beloften zou vervullen, door Israël uit Egypten te verlosfen, en hun het land Kanaan tot eene bezitting te geeven, zoo verwekte Hij moses , en door deezen, welken Hij Israël tot een propheet en leidsman gaf, maakte Hij zich,met de daad,als den jehovah bekend, zie Exod. III: 14. Het zou deswegen niet vreemd zijn, dat jesus , zeggende: Ik heb uwen naam geopenbaard, hier op doelde; trouwens, Hij merkt zieh aan als den grooten Propheet, dien God beloofd had te zullen zenden, en die een Propheet zou zijn, gelijk moses, Deut. XVIII: 15, 18; waarom Hij terflond ook laat volgen, dat de Discipelen geloofd hadden, dat God Hem gezonden had. Was toch de andere belofte-, die God aan abraham gedaan had, naamlijk, dut in zijnen zaade alle de gedachten der aarde zouden gezegend worden, nog niet vervuld, en dus, ten aanzien hier van , zijn naam nog niet bekend geweest, jesus , die de beloofde Propheet was, moses gelijk, had dien geopenbaard; daar Hij den geenen, die Hem gegeeven waren, had voorgefteld, hoe God nu alle zijne volmaaktheden in de vervulling deezer grooie belofte had verheerlijkt; door Hem in de waereld te zenden, om de groote en eeuwige verlosfing aan te brengen; hoe God nu verhoogd zou worden door recht, en geheiligd door gerechtigheid, en Hij, op grond hier van , zondaaren een God van genade en zaligheid worden, en zij Hem een volk des eigendoms, verpligt, om in zijne inzettingen te wandelen, terwijl