Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN. I4S

.Thans wierd onze fchoolnieester verdrietig : want ook de lsatfte hem invallende mogelykheid bevestigde zig niet als waarheid —- het feheen hem fomtyds toe, als of de zuchten uit de lugt van boven nederdaalden; — daar ftond in de nabyheid een overoude dikke lindenbooim —> Verheugend liep de gedachte hem door *t hoofd: de jonge mogt eens op den boom zicten. Doch de weinige takken van deezen ouden boom waren in hunnen bladloozen toeftand welhaast overzien; en ook deeze hoop, den verloorenen eindelyk te ontdekken, verdween, gelyk zo meenige haarer zusteren in 't menfchelyk Jeven gewoon zyn te bedriegen en te verdwynen.

Doch zie! hy leunde toevallig op den elleboog, met het hoofd in de hand en vol van zorgen, naardenkend tegen den flam van deezen ouden lindenboom , en —- fchrikte. Hy boorde thans het fteunen en zuchten veel duidelyker als te voort n — de boom zelf, dacht en be« floot hy met regt, kan niet zuehien; oa-

Sluiten