is toegevoegd aan je favorieten.

Charite en Polydorus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHARITE en POLYDORUS. 95

„ in de baren zoeken , een wreedaartig „ medelijdenreddede mij, tegen mijnen wils „ ik moest leven, men dwong 'er mij toe; „ en ik leefde in de hoop, eens voor uwe „ asch een gedenkteken op te rigten , en „ het dan, onophoudelijk, met mijne tranen. „ te befproeijen."

„ Eenige dagen daar na landden wij te „ Kreta; ik wierd, te Gnosfus, als flavin „ verkogt, aan eenen ouden man, met na„ me phorb as. Hij fcheen mij een man „ toe van talenten ; eenvoudig en zacht van „ inborst, was hij tot weldoen en men* „ fchcnmin genegen: zijne vrouw, xanw tippe, daar en tegen, was heerschzuch* „tig, nijdig en wreed. Gelukkig verwij„ derde zij mij uit haat gezicht, terwijl zij. L mij, voor mijne werktaak, een gedeelte „ van den tuin te bearbeiden gaf."

„ De eerde proef mijner kragten was L hier, eene kleine graftombe van graszo» L den op te rigten. Toen dezelve voleinL digd was., riep ik driemaal de fchim aan

van mijnen lieven jolïdorüs, en ktc*.