is toegevoegd aan je favorieten.

Magazijn van geschiedenissen, romans en verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vak den GRAEF TUNGER. 325

Dame geven. Zij was eene Zwabiefche, en toeft omtrend twee en dertig jaren oud. Schoon was zij nimmer geweest; echter bezat zij iets, in haer geheel voorkomen, het geen vele mannen behaegt; doch het geen mij in haer, en in alle vrouwen, altoos had tegengeftaen, namelijk, de kenteekens van verleidenden wellust. Zij was vet, wit en zacht van vel. Hare groote blaeuwe oogen ïchoten dikwerf fnelle, veel beteekenende, firalen op fchoone mannen; en oogenbüklijk namen zij eene kwijning -

eene matheid aen, die de heet/te begeerte verried. .

Haer oor werd, door geheel vrije redeneringen, niet ligt beledigd, en zelve fprak zij over vele, de vrouwen anders niet gewoone, onderwerpen, op eene zeer ongedwongen en zelfs aenftotelijke wijze; doch hetgeen, door mijn' Heer, haren Gemael, en door anderen, niet feheen opgemerkt te worden, omdat zij algemeen den naem had, van eene buitengewoone zwabiefche vrijmoedigheid te bezitten ; doch mannen van doorzigt lieten zich hierdoor, ten aenzien van het ware karakter dezer Dame, niet misleiden; en men luisterde elkander in het oor, dat de genadige vrouw, niet geheel zonder bijoogmerken; knappe jonge mannen, bij zijne Excellentie voordroeg, en derzelver belangen bevorderde! Ik heb u gezegd , dat zij buitengemeen veel welgevallen in mijne wijze van danfen feheen te hebben. Meermalen heb ik opgemerkt, dat der wellustige vrouwen de vlugge en driftige danler behaegt, vermoedelijk, omdat zij, hieruit, een befluit, ten aenzien van de warmte zijns temperaments maken! weinig met deze Y 1

■* vrouw