is toegevoegd aan je favorieten.

Verhandelingen over de voornaamste waarheden van den godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

330 de geschiedenis

ken door dit geloof en door de ondervinding der hierdoor verkregene genade worden veroorzaakt (*), terwyl God geen grooter blyk zyner algemeene menschlievendheid dan door de zending en den dood des Verlosfers had kunnen geeven (f); zo neemt hy (§), om het bewys, dat deeze verlosfing van de zonde , in haare werking en grootheid, noodwendig zo algemeen als de zonde met derzei ver gevolgen zyn moet, des te klaarer te maaken, zo neemt hy, zeg ik, de onder de Jooden gebruiklyke vergelyking van den messias, als den tweeden adam, aan (**), die, naar zyne onëindig- volmaakter natuur, de volmaaktfte gelukzaligheid op de, aarde weder zou herftellen. Daar nu door adam, als den eerften aardfchen ftamvader der menfchen, de zonde en de dood in de waereld zyn gekomen, en, dewyl alle menfchen, fchoon niet tegen eene gelyke pojitive wet, of met gelyke overtreeding, gezondigd hebben, ook tot allen zyn doorgedrongen ; maar chjustus, dien zy voor den Mcsfias beleden, in den verhevenften zin de tweede adam, de herfteller des menfehelyken geflachts was: zo zou de gantfche vergelyking geene plaats hebben, ja, de Mesfias zou veel minder dan adam weezen, indien zyne verlosfing van de zonde niet van eene zo algemeene uitgeftrektheid als de zonde ware, en, dewyl deeze, met haare gevolgen, zich over

het

(*) Rm. v. u. Cf) ó-ii. CD ia» 18.19. (**) 14.