is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENISSEN. fifif

ne zitplaatzen op, gebooden valerius te zwijgen, en voegden bedreigingen bij deze meesterachtige bevelen. De geheele™ Raad geraakte in opfchudding door hun- ^ nen onftuimigen toorn, doch niemand ver-Idroeg denzelven minder dan m. horatius barbatus, de waardige naneef van horatius, den ambtgenoot van poplicola. Hij was een vriend van valerius en even gefchikt, om zich door woorden, als door daaden , te doen gelden. Deze, zijne verontwaardiging niet langer kunnende noch willende verkroppen, „ noemde appius en zijne medeftanders tien tarquynen, en vroeg of het hun Vergeten was, dat valerius en hij kleenkinderen waren van de verbanners diens dwingelands, wiens naam zij allen verdienden ? Of zij geloofden , dat de Romeinen, die toen zoo ijverden voor hunne vrijheid, nu reeds on* verfchillig waren voor hun burgerlijk beitaan? Of hun ingebeeld gezag hun dan gansch raazende gemaakt had? Wie zij toch waren? Welke magt zij toch hadden , om iemand te döen zwijgen ? Uwe aanftelling was, flechts voor één jaar, V a ver»

n.

BOEK

VI.

'OFDST.

voor C.

447van R.

305.