Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naak CHINA. XVIII. hoofdst. %.Ajfd. 343'

Een Chinees trouwt zelden , of ooit, eene vrouw , welke zijnen familienaam draagt: maar dikwijls gebeurt het, dat de zoons en dochters van twee zusters , getrouwd met mannen van verfchillende naamen ,

vooröordeelen der opvoeding verheft, maakt hem tot eenen zelfszoeker, en moet door den wetgeever niet aangenomen worden- Die geene, welke hem gevoelens van geneegenheid voor zijne familie, voor zijne vrienden, voor zijne medeburgers, en voor het geheele menschdom inboezemt ; die hem de oefening van daaden van goedwilligheid aanraadt, die is voor den mensch in de maatfchappij gefchikt. Het is deeze zachte , deeze ftaatkun» dige en verheevene wijsbegeerte , die de grond, beginfels der Chineefche wetgeevingbeftierd heeft. —1 Zij heeft gewild, dat de geneegenheid der leeven. digen zich zelfs tot de dooden zou uitfhekken , buiten twijfel , om daardoor dat gevoelen des te meer te verfterken. „ Weinig nachten, zegt onze fchrijver in het volgende hoofdftuk, gaan 'er voorbij, zonder dat het kerkhof in den omtrek van het meir, bezocht wordt. Sommige Chineezen begeeven zich derwaards met bramdende flambouwen; om de asch hunner nabeftaanden te vereeren. Zij verfieren hunne grafplaatfen met wimpels van zijden Moffen of gefchilderd papier; zij ftrooiën 'er bloemen, en uit al het geen wij van hunne zeden weeten, ziet men, dat de Chineefche wetgeeving een fyftema heeft, door denzelven geest beftierd. Cossignij.

Y4

Reis doOr Kangnan naar Hangchoe-foe.Slagtmaand.1793.

Sluiten