is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land, in brieven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p8 HET LAND.

griefd; elke les, die zij mij ooit gaf, is mij thans van een oneindig gewigt; elk gebrek aan kinderlijke tederheid , dat ik te voren er niet voor hield, komt, nu mij de verbetering daarvan onmogelijk wordt, in eene nachtelijke gedaante, voor mijn gekwelde ziel, en elke dag, van haar leven, waarop, ik mijne liefde levendiger zou kunnen toonen, zou mij kroonen waardig zijn.—• Maar hoe zou ik hier op hopen kunnen? Zij zeiver wagt haren dood , en hijgt er na. Nooit zal ik den voorleden nacht vergeten:—■ zij dagt dat haar fteryensuur daar was: ■— haar geheele ziel ademde godsvrugt, en moederliefde; zij geloofde in de trouw van haren God; gaf haren Verlosfer (dus fprak zij) die voor haar de doodsvallei betreden had, blijmoedig de hand, enver-

liet zig op zijne veilige leiding. ■ Met een

Vrolijk oog, zag zij op haar afgelopen levenspad, en vond zoo veel dankftof in Gods Vaderlijke goedheid, als zij te voren in hare rampen weende. Zij gaf mij, meteen zwakke Item, als de laatfte moederplicht, die haar nog overig was, een aantal raadgevingen , en waarfchuwingen , met de wijsheid van eenen engel, die geene eeuwen uit mijn hart zullen rukken. Elk blijk van tederheid, was een nieuwe wond, in mijn getroffen ziel. Met de groeiende vrees voorfcheiding, werden mijne liefdebanden fterker. Ik fnikte in tranen; doch deze tranen pijnigden haar: wat doet gij" (zeide zij op een zielroerenden

toon)