is toegevoegd aan uw favorieten.

Maurits van Nassau, prins van Oranje. In zes zangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE ZANG. 87

En midden in den hoop een fchriklyk bloedbad maakt; Maar zie voor al den prins heldhaftig ingedrongen , Daar hy, door Gusmans vuist op't onverhoedst befprongen, Gelyk is aan een'leeuw, in't perk ten kamp gefield, Door dolle tygerwoede en hondenmuil gekweld. Het heldenpaar, volleerd in oorlogsöefeningen, Beproeft elkander fors ten zadel uit te dringen; YTergeefs! daar fchok of floot niets in die proef vermag, Beproeft men op elkaêr den forsfen fabelflag.

Terwyl men *t ftrydend' paar, in hun vermengde benden,. Tot wederzydsch verderf het alles aan ziet wenden, Befioot de aartshertog ftraks, om zyne ruitermagt Te flerken door een deel van zyne wapenkracht;. Doch naauwlyks had dit volk ten duinvoet fland gegrepen, Of't word terflond begroet door 't vuur van Warmonds fchepen, Wier kiel, door hulp van 'tzeil, een zekre ligplaats won, Van waar *t gefchut het volk ten duinvoet treffen kon, Schuin langs de magten heen, die niet meer in geleden, Maar onderéén gemengd met fabelfiagen ftreden. Noch flreed de dappre prins met Gusman hand aan hand: Elk hunner houd met kracht noch in den zadel fland. De helm des Kastiljaans , misvormd door brede kloven , Zien we eindlyk van de kruin langs 't rulle zand geftoven ;

Zyn